Indeling

  1. Tringa[genus]
    (8 soorten in totaal / 1 inheems)
    1. totanus[species]

Het getal tussen de haken geeft het aantal soorten weer.

Tureluur

Tringa totanus  

Foto Susanne Kuijpers, 2 juni 2010, Pijnacker

Als broedvogel is de Tureluur wijd verbreid over Eurazië. De Europese broedpopulatie, exclusief Rusland, omvat rond 350.000 paren. Hoewel de aantallen in verschillende delen van Europa achter­uitgaan (Engeland, Ierland, Nederland) lijken ze elders (Scandinavië) vrij stabiel. In Nederland broedt de ondersoort britannica, die het gebied van Engeland tot de zuidelijke Oostzee bestrijkt. De ondersoort robusta (broedvogel op IJsland) en de nominaatvorm totanus (Scandinavië) passeren tijdens de trek (van den Berg & Bosman 2001). Tureluurs eten gevarieerd, aan de kust vooral schelpdieren en zeepieren, in het binnenland ondiep in de grond verblijvende wormen, insecten en slakjes. Het nest ligt goed verscholen in een graspol. De oudervogels alarmeren niet of nauwelijks bij indringers en vertrouwen op de verscholen ligging van het nest. Het broeden vindt in Nederland vrij laat plaats. In een gemiddeld jaar is pas in de derde of vierde week van mei de helft van de kuikens uit het ei gekropen (Beintema et al. 1995). De kuikens hebben daarna nog ruim vier weken nodig om vliegvlug te worden, begeleid door de dan fel alarmerende ouders. Na de broedtijd trekt een deel van de vogels naar de getijdengebieden van de Waddenzee en het Deltagebied, anderen trekken al vroeg naar zuidelijker gebieden. Een groot deel van de Nederlandse Tureluurs overwintert langs de kusten van Zuidwest-Europa en West-Afrika.