Indeling

  1. Gracilia[genus]
    (1 soort / 1 inheems)
    1. minuta[species]

Het getal tussen de haken geeft het aantal soorten weer.

Mandenboktor (exoot)

Gracilia minuta  

Voorkomen
Voorkomen
statusExoot: ingeburgerd (2a)
habitat
referentieBrakman 1966
ExpertDré Teunissen
status sinds 1982Nog te bepalen
opmerkingIn tenen manden, vooal (alleen?) binnenshuis


Status

Vroeger werd G. minuta verspreid door het gehele land aangetroffen. Na 1960 is het aantal waarnemingen snel afgenomen doordat er weinig gevlochten manden meer worden geïmporteerd. Dat de soort vroeger erg talrijk en schadelijk kon zijn blijkt wel uit de opmerking in Schroevers (1932): ‘vernielde in Haarlem niet minder dan ruim 12.000 manden, die aan eene veiling van bloembollen voor transport werden gebruikt; de manden vielen vermolmd uiteen. Verbranden was het eenige, wat er opzat’. Snellen van Vollenhoven (1863) vermeldt ‘Bij honderden in een sluitmand’, wat duidelijk maakt dat de dichtheden zeer hoog kunnen zijn. Een exemplaar in de collectie Everts werd door Dr. Fabiny ‘uit de neus van een kind gehaald’, maar vermoedelijk kan de soort daar zijn cyclus niet volbrengen. In Nederland is slechts een beperkt aantal recente vondsten, onder meer van augustus 1987 uit een wilgentenenmand te Utrecht.

Verspreiding nabije buitenland

Gracilia minuta is in Zuid-Europa, inclusief de grote eilanden, wijd verspreid en algemeen. De soort is in het westen, oosten en het centrale deel van Europa schaars en lokaal. Meldingen uit Noord-Europa berusten op geïmporteerde exemplaren, meestal afkomstig uit gevlochten (was)manden van wilgenhout en hoepels van tonnen. Doordat de invoer van producten gemaakt van wilgenhout sterk is afgenomen, is het aantal vondsten in Nederland eveneens sterk teruggelopen. Hetzelfde is gebeurd in België en het westen van de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen.