Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Grote waternavel Hydrocotyle ranunculoides

Foto: Bert Verbruggen

Indeling

Apiaceae [familie]
Hydrocotyle [genus] (5/2)

Voorkomen

StatusExoot. Tussen 10 en 100 jaar zelfstandige handhaving. (2b)
ReferentieHeukels' Flora van Nederland [23e druk]
ExpertOdé, B. (FLORON)

Verspreiding


Verspreidingskaart Grote waternavel (1975-2008)
Bron: Florbase 2N, waarneming.nl, telmee.nl

De grote waternavel is oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. Behalve in Europa is de soort tegenwoordig in de meeste continenten geïntroduceerd zoals o.a. in Zuid-Amerika, Afrika (Zimbabwe) Australië en recent ook in Japan.

De grote waternavel komt nu in de meeste West-Europese landen voor. In Groot-Brittannië is de soort vanaf 1990 bekend. Tegenwoordig komt de soort daar op veel plaatsen in het zuiden van Engeland en in Wales voor. In België is de soort omstreeks 1998 op meerdere plaatsen in de omgeving van Gent voor het eerst gesignaleerd (Verloove & Heyneman 1999), in Duitsland voor het eerst in 2004 (Hussner & van de Weyer 2004).

Grote waternavel is voor het eerst in 1994 waargenomen langs de oever van een watergang in de Utrechtse wijk Rijnsweerd, in de omgeving van de Uithof, en in de vijver van het KNMI en de daarmee in verbinding staande Biltse Grift. Reeds het jaar daarop was de watergang in de Utrechtse wijk Rijnsweerd dermate overgroeid dat tonnen van deze plant met maaiboot en dragline door het waterschap verwijderd moesten worden. In datzelfde jaar werd de plant waargenomen in watergangen in de omgeving van Haarlem, Heemstede, Leiden, Driebergen, Amstelveen, Gouda en uit het zuidwesten van Brabant. Een concentratie van groeiplaatsen bleek aanwezig rondom een kwekerij van waterplanten in Demmerik (polder Groot Wilnis-Vinkeveen) (Baas & Holverda 1996a). Aanvankelijk leek het erop dat de plant niet bestand zou zijn tegen lange en strenge winters zoals die van 1995/96. Op de meeste groeiplaatsen waar de soort in 1995 overvloedig voorkwam was er in het najaar van 1996 geen spoor meer van de planten te vinden. Wel werden er in 1996 enkele kleine nieuwe groeiplaatsen ontdekt bij Schiedam en Lisse (Baas & Holverda 1996b) en bleek de soort massaal aanwezig te zijn in de Essche Stroom. Vanuit de Essche Stroom heeft de plant zich in de jaren 1997 en 1998 explosief verspreid naar de Beneden-Dommel, het Drongelens Kanaal en de stadsgrachten van Den Bosch en de Dieze. In 1997 werd ook duidelijk dat de planten op de Brabantse groeiplaatsen de strenge winters van 1995/96 en 1996/97 hadden overleefd (Baas & Duistermaat 1998, Bruinsma 1998). Tegenwoordig is de soort in alle provincies waargenomen. Concentraties van groeiplaatsen komen met name voor in de provincies Noord-Brabant (Midden-Brabant), Zuid-Holland (tussen Gouda en Alphen aan de Rijn), Utrecht (omgeving van de stad Utrecht), Drenthe (Hoogeveen en omgeving) en Groningen (Veendam). Grote waternavel is nog relatief weinig waargenomen in de provincies Limburg, Gelderland, Overijssel en Zeeland. In Noord-Holland ten noorden van het IJ en op de Waddeneilanden is het aantal vindplaatsen tot nu toe eveneens beperkt gebleven. Opvallend is dat de soort in de dalen van de grote rivieren weinig of niet wordt waargenomen.

Bron

Auteur(s)

Odé, B., Beringen, R.