Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Siberische grondeekhoorn Tamias sibiricus

Foto: Erik Korsten

Indeling

Sciuridae [familie]
Tamias [genus] (1/1)
sibiricus [soort]

Voedsel Het dieet is zeer veelzijdig en hoofdzakelijk plantaardig. Een Japanse studie vermeldt 41 plantensoorten (vooral vruchten en zaden van bomen, struiken en kruidachtige planten, maar ook bladeren, bloemen en knoppen) en 16 diersoorten (vooral insecten, maar ook slakken, eieren en kleine amfibieën, reptielen of vogels). In het Zoniënwoud en het Calmeynbos in de Panne (België) worden grondeekhoorns vooral waargenomen in de loofbosgedeelten, waarbij de dieren een voorkeur vertonen voor eik met ondergroei. De uitzonderlijke toename in aantal en verspreiding wordt hier, naast het ontbreken van natuurlijke vijanden, toegeschreven aan hun generalistische voedselkeuze. De voedselkeuze in België bestaat vooral uit beukennootjes, eikels, zaden en zaailingen van haagbeuk, esdoorn en linde, bladeren en mos. Hier klimmen ze in de herfst tot in de toppen van de bomen om zaden te verzamelen. Zware zaden, zoals eikels, worden afgebeten, vallen op de grond en worden daar weer verzameld. Voor de winter legt het dier een voedselvoorraad aan. Dat gebeurt zowel in het hol als in de grond. Hij verzamelt het voedsel in zijn wangzakken en legt voedselvoorraden aan die hij op ongeveer 5 cm diep in de grond begraaft in kleine holletjes, maar ook in nestkamers van hol en boomholtes. Een wintervoorraad kan tot 2 tot wel 6 kg zaden bevatten.

Verblijfplaatsen en winterslaap In Nederland en Vlaanderen overwinteren de grondeekhoorns van eind oktober-begin november tot begin maart, minder lang dan in hun oorspronkelijke leefgebied, waar strengere winters voorkomen. Het ingaan van de winterslaap hangt waarschijnlijk af van de temperatuur en het voedselaanbod: hoe kouder, hoe sneller de wintervoorraad is aangelegd en hoe meer vetreserves, hoe sneller de winterslaap begint. Jonge dieren gaan later in winterslaap dan volwassen dieren. Tijdens de winterslaap zijn er afwisselend slaap- en actieve fasen, waarbij tijdens de actieve fasen het gehamsterde voedsel wordt aangesproken.

De Siberische grondeekhoorn bouwt nauwelijks nesten in bomen maar graaft burchten tot 50 cm diep met 1-3 m lange gangen, een nestkamer (bekleed met dode bladeren) en 2-3 doodlopende zijgangen (voor uitwerpselen of voorraadkamer). De burcht heeft meestal één (maar soms twee) uitgangen die een diameter van 4-6 cm heeft. Vaak liggen de burchten tussen de boomwortels. De burchten van verschillende dieren liggen in kolonies bij elkaar, maar elk dier heeft zijn eigen territorium. De grenzen van een territorium worden met urine gemarkeerd.

Sociale organisatie en activiteit Grondeekhoorns zijn actief van zonsopgang tot zonsondergang. Bij lagere temperaturen worden ze ’s ochtends later actief en kruipen ze ’s avonds vroeger weer in hun nest. Ook bij te hoge temperaturen of zware regenval gaan ze in het hol schuilen. Vooral in de periodes dat de jongen uit het nest komen en bij het verzamelen van afgevallen boomzaden in de herfst, zijn ze gemakkelijk te observeren.

In het Zoniënwoud nam het aantal grondeekhoorns exponentieel toe. In 1998 werden lokaal dichtheden waargenomen van 25-29 grondeekhoorns/ha bij hoge voedseldichtheid; bij lage voedseldichtheid nemen de aantallen weer snel af. In het natuurlijk verspreidingsgebied worden dichtheden aangetroffen van 10 grondeekhoorns/ha bij het begin van de voortplantingsperiode en 26-40 grondeekhoorns/ha in de zomer.

Buiten de voortplantingsperiode zijn grondeekhoorns meestal solitair. Ze zijn dan territoriaal en er worden leefgebieden tot 4 ha gevonden, die groter zijn bij vrouwtjes dan bij mannetjes. In het Calmeynbos waren de leefgebieden groot (tot 1 ha) bij lage dichtheden en zeer klein bij hoge dichtheden. Bij Tilburg bleek het leefgebied afhankelijk van de kwaliteit van het leefgebied 0,5-4 hectare groot.

Voortplanting en overleving In hun natuurlijk verspreidingsgebied hebben grondeekhoorns meestal één voortplantingsperiode. In Vlaanderen zijn dit er twee, een eerste in april-mei en een tweede in augustus-september. Het percentage vrouwtjes dat een tweede nest heeft, hangt waarschijnlijk af van het voedselaanbod.

In het natuurlijk verspreidingsgebied worden, na een draagtijd van 35-40 dagen, 3-5 (uitzonderlijk 10) jongen geboren. Na een zoogtijd van 28-30 dagen verlaten ze het nest. Na 11 maanden zijn ze geslachtsrijp. Grondeekhoorns kunnen 6-7 jaar oud worden. Er is een sterke variatie in geslachtsverhouding: 29 tot 81 % vrouwtjes. In het Calmeynbos hadden de vrouwtjes 2-4 jongen. 23-30 % van de populatie overleefde hier tot het volgende jaar.

In onze streken zijn vooral wezels belangrijke predatoren, omdat deze gemakkelijk in het hol van een grondeekhoorn kunnen binnendringen, maar ook hermelijn, bunzing, buizerd, sperwer en havik, naast honden en katten.

Verplaatsing De soort leeft vooral op de grond, maar kan goed klimmen, tot wel 20-30 m hoog. Meestal komt de soort niet hoger dan 7 m.

Bron

Auteur(s)

Hollander, H.