Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Kramsvogel Turdus pilaris

Foto: Marcel Holtjer

Indeling

Muscicapidae [familie]
Turdus [genus] (10/4)
pilaris [soort]

Indeling

Muscicapidae [familie]
Turdus [genus] (10/4)
pilaris [soort]

Kramsvogels broeden in een brede band over Noord- en Midden-Europa tot ver in Siberië. Getalsmatig ligt het zwaartepunt binnen Europa in Fenno-Scandinavië: hier broeden meer dan 3,5 miljoen paren. De soort heeft zich in de afgelopen twee eeuwen sterk in westelijke richting uitgebreid. In België is de Kramsvogel vrij schaars in het Vlaamse deel en veel talrijker in Wallonië, dat tenminste 90% van de 10.000-14.000 paren rond 1990 herbergde (Anselin & Devos 1992). De minstens een half miljoen paren omvattende Duitse populatie is over het hele land verspreid, met de hoogste dichtheden in de zuidelijke helft. De Nederlandse broedvogels zijn van eind maart tot in juli op de broedplaats aanwezig. In kolonieverband broedende vogels beginnen overwegend in april met de eileg; solitaire paren kennen een meer gespreid broedseizoen tot ver in juni (Hustings & Ganze­vles 1984). Onze broedvogels overwinteren vermoedelijk van België tot in Zuidwest-Frankrijk.

Bron

Auteur(s)

Ovaa, A.

Publicatie