Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Bosuil Strix aluco

Foto: Wijnand van Buuren

Indeling

Strigidae [familie]
Strix [genus] (1/1)
aluco [soort]

Indeling

Strigidae [familie]
Strix [genus] (1/1)
aluco [soort]

De Bosuil voelt zich in allerlei landschappen thuis, van loof- en naaldbossen tot parken en bosrijke woonwijken. Open gebieden worden niet gemeden indien er verspreide plukjes bos voorkomen. Cruciaal in dit soort landschappen zijn uitkijkposten, van waaruit de jacht plaatsvindt. Het menu is gevarieerd qua soortenspectrum en prooigrootte. Van de zoogdieren worden zowel jonge konijnen (250 gram) als dwergspitsmuizen (6 gram) bejaagd. Wat vogels betreft, vormt alles tot de omvang van een Houtduif een potentiële bosuilenmaaltijd. Kikkers, wormen en insecten worden vooral gegeten wanneer muizen schaars zijn. In sommige jaren, zoals in 1997, kan de voedselsituatie zo slecht zijn dat veel Bosuilen niet tot broeden overgaan. Ze slaan dan een jaar over, een strategie die alleen voorkomt bij soorten die oud kunnen worden. Zelfs op 18-jarige leeftijd kunnen Bosuilen nog succesvol jongen grootbrengen! In Europa ontbreekt de soort alleen in Ierland en noordelijk Fenno-Scandinavië. De Nederlandse Bosuilen zijn standvogel in de ware zin van het woord. In de eerste winter proberen ze een eigen territorium te vinden, om dit voor de rest van hun leven trouw te blijven. Elke populatie bevat dan ook behoorlijk wat territoriumzoekenden. Doordat een paar zelden tegelijk sterft en opengevallen plekken veelal vlot worden opgevuld, blijft een territorium meestal tientallen jaren bezet (Koning & Baeyens 1990). In de nestplaatskeuze is de Bosuil flexibel en benut hij holle bomen, konijnenholen, nestkasten en oude nesten van kraaiachtigen. Soms broedt hij zelfs in gebouwen of zomaar op de kale bosbodem aan de voet van een boom. 

Bron

Auteur(s)

Koning, F.

Publicatie