Indeling

Anas [genus]
(14 soorten in totaal / 7 gevestigd)
    platyrhynchos [soort] (1/1)
        domesticus []

Wilde eend

Anas platyrhynchos

Foto Wijnand van Buuren, 25 maart 2013, Maurik

De Wilde Eend broedt in de boreale en gematigde zone van Eurazië en Noord-Amerika, maar heeft zich door introductie ook gevestigd op het zuidelijk halfrond, vooral Australië en Nieuw-Zeeland (Lever 1987). De Nederlandse Wilde Eenden, grotendeels standvogels, worden ‘s winters aangevuld vanuit Noord-Europa. In januari verblijven er in ons land ongeveer een miljoen. Wilde Eenden nestelen in uiteenlopende habitats, doorgaans bij of op korte afstand van water. Het aanbod van open water en de randlengte van oevers in verhouding tot de gebiedsoppervlakte bepalen de dichtheid in hoge mate (Hill 1984a). De paarvorming begint al in het najaar en kent een hoogtepunt in februari/maart. Dit uit zich in het hoge aantal verkeersslachtoffers in het vroege voorjaar: bij menige woeste achtervolging wordt niet meer naar links of rechts gekeken. De nesten worden vooral op de grond gemaakt, soms ook in holtes (bomen, korven). In hoge vegetaties verstopte nesten worden minder gepredeerd dan die in lagere begroeiing (Hill 1984b). In uiterwaarden langs de Waal verschijnen vrouwtjes tussen half maart en eind juni met jongen (mediaan 2 mei, n=139; R. Lensink ongepubl.). Vervolglegsels kunnen tot ver in de zomer worden geproduceerd. In de broedtijd nemen Wilde Eenden dierlijk en plantaardig voedsel tot zich, in de nazomer bij voorkeur zaden (granen) en in de winter vooral grassen. Jonge eendjes leven de eerste weken van aquatische ongewervelden, waarbij ze moeten concurreren met vissen (Hill et al. 1987).

Bron

Auteur(s)

Lensink, R.

Publicatie