Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Grote Canadese gans Branta canadensis

Foto: Hans van der Meulen

De autochtone broedgebieden van de Grote Canadese Gans liggen in het noorden van Noord-Amerika. De soort is ten behoeve van de jacht op veel plaatsen in West- en Noord-Europa geïn­troduceerd, een gebruik dat nog altijd niet is uitgebannen (Blair et al. 2000). In Groot-Brittannië is de soort al eeuwenlang aanwezig (momenteel 80.000 ex. en 20.000 broedparen). Rond 1930 is de soort geïntroduceerd in Zweden (50.000 ex., 10.000 broedparen), in 1936 in Noorwegen (meer dan 10.000 ex., 2000 broedparen) en in 1967 in Finland (3500 broedparen). Onze zuiderburen hebben sinds enkele decennia een uitdijende broedpopulatie (momenteel 2000 ex.), net als onze oosterburen (5000 ex., waarvan bijna 2000 in Noordrijn-Westfalen) (Svensson et al. 1999, Blair et al. 2000, NWO 2000). Vogels uit Noord-Europa trekken in het najaar richting West-Europa. In zachte winters bereiken kleine aantallen ons land, tijdens strenge winters soms vele honderden. Duitse vogels overwinteren ten dele in ons land, de Nederlandse en Belgische broedvogels zijn stand­vogel. De Grote Canadese Gans kan in de gematigde zone tot broeden komen in vrijwel alle landschappen met grazige vegetaties en open wateren. Meer dan andere ganzen broedt de soort ook in bosrijke landschappen. Daarnaast went hij snel aan mensen en komt daarom ook in de stedelijke omgeving voor.

Bron

Auteur(s)

Lensink, R.

Publicatie