Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Chinese wolhandkrab Eriocheir sinensis

Foto: Frank Stokvis

Indeling

Grapsidae [familie]
Eriocheir [genus] (1/1)
sinensis [soort]

Voorkomen

StatusExoot. Tussen 10 en 100 jaar zelfstandige handhaving. (2b)
Habitatbrak marien zoet
ReferentieInvasions by alien species in inland freshwater bodies in western Europe: the Rhine delta

Verspreiding


Vindplaatsen Nederland
Bron: Adema 1991

De Chinese wolhandkrab kwam van oorsprong alleen voor in de rivieren en kustwateren van Noord-China en Korea. Na de eerste melding van Chinese wolhandkrabben buiten het oorspronkelijk leefgebied in Duitsland (1912), is de soort in een groot aantal landen aangetroffen. Vanuit Duitsland zijn in de eerste helft van de twintigste eeuw Nederland, België en Polen gekoloniseerd, vermoedelijk door dispersie (uitzwermen van juvenielen). Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Portugal, Zweden en Spanje volgden in de tweede helft van de vorige eeuw. Het einde van de kolonisatie in Europa lijkt nog niet in zicht. Behalve in Europa is de soort ook op veel andere plaatsen in de wereld aangeslagen: Verenigde Staten, Azië (Wolga, de Zee van Azov en de Zwarte Zee-kust van Turkije), en recent Iran en Irak. In Vietnam is de Chinese wolhandkrab voor consumptie bewust uitgezet, en in China wordt het dier vanwege vervuilde rivieren sinds de jaren 1990 opgekweekt in vijvers (Horssen et al. 2007).

In 1931 is in Nederland de aanwezigheid van de Chinese wolhandkrab voor het eerst met zekerheid vastgesteld. De Chinese wolhandkrab is tegenwoordig bekend uit alle provincies. Er zijn wel duidelijke verschillen in voorkomen. In de kustprovincies Groningen, Friesland, Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland is de soort veel meer verspreid dan in Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht en Noord-Brabant. De provincie Flevoland lijkt een middenpositie in te nemen. De Chinese wolhandkrab houdt zich vooral op in de grote rivieren en daarmee verbonden wateren in de kustprovincies. De verspreiding wordt sterk bepaald door de afstand tot de zee, en daarmee het aantal obstakels dat moet worden overwonnen (Horssen et al. 2007).

Van de eerste Europese introductie van de Chinese wolhandkrab in Duitsland wordt algemeen aangenomen dat ze is meegekomen met ballastwater (een zeewaardig vrachtschip neemt met zijn ballastwater gemiddeld circa 4 miljoen organismen in, en larven van krabben zijn meerdere keren in het ballastwater van schepen aangetoond). Ook bij recente ontdekkingen van de Chinese wolhandkrab in Iran, Irak en de oostkust van de USA, is elke keer een direct verband gelegd met havens en ballastwater. Daarnaast kan de Chinese wolhandkrab zich via de natuurlijke weg (dispersie) verspreiden, door de trek van juvenielen en/of adulten.  De Chinese wolhandkrab kan grote afstanden afleggen tijdens de trek naar zoet water. Uit het stroomgebied van de Elbe zijn afstanden van 700 tot 750 kilometer bekend, waarbij de omgeving van Praag in Tsjechië werd bereikt. In China zijn zelfs afstanden tot 1.300 kilometer vastgesteld. Omdat in Europa de verschillende stroomgebieden intensief met elkaar zijn verbonden door kanalen, biedt dit de Chinese wolhandkrabben prima dispersieroutes om snel een groot gebied te koloniseren (Horssen et al. 2007).

Bron

Auteur(s)

Waart, S. de