Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Californische rivierkreeft Pacifastacus leniusculus

Foto: Jelger Herder

Indeling

Astacidae [familie]
Pacifastacus [genus] (1/0)

De levenscyclus van de Californische rivierkreeft in Nederland is uitgebreid bestudeerd door Van Wielink et al. (2010) en sluit aan bij de meeste populaties in Europa. De soort paart in september en eiafzet vindt plaats in september en oktober. De eieren worden de hele winter door gedragen. De jongen verschijnen vanaf maart onder de staart. Na drie vervellingen verlaten de jongen in moeder, gewoonlijk medio mei. Het gemiddeld aantal eieren per vrouwtje bedroeg bij de Tilburgse populatie 218 (maximaal 356) Uit de literatuur zijn echter vrouwtjes met meer dan 500 eieren bekend. De dieren kunnen vanaf hun tweede jaar weer bijdragen aan de reproductie (Van Wielink et al. 2010, Souty-Grosset et al. 2006).

Verplaatsing De Californische rivierkreeft circuleert veel in de consumptiehandel, met name in noordelijke (Scandinavische) landen, waar de soort een van de weinige exotische rivierkreeften is die bestand is tegen het koele klimaat. In Nederland lijkt de soort nauwelijks verhandeld te worden, noch binnen de consumptiehandel, noch binnen de aquariumhandel. De soort is vanwege het formaat en de habitateisen impopulair in de aquariumhandel (Soes & Koese, 2010). De consumptiehandel in Nederland rivierkreeften wordt gedomineerd door ‘moeraskreeften’ van het genus Procambarus (o.a. de rode Amerikaanse rivierkreeft). Deze soorten zijn lokaal sneller en goedkoper te kweken en internationaal goedkoper te importeren. Handel voor consumptie is voor deze soort in Nederland daarom weinig rendabel. Het feit dat de soort in Nederland - vergeleken met omringende landen - pas ‘laat’ is ontdekt en nog altijd zeer lokaal voorkomt, weerspiegelt de minimale handel in deze soort. Overigens is er wel interesse onder lokale beroepsvissers om de populatie in de Dinkel te exploiteren. De Californische rivierkreeft verplaatst zich zelden over land. Natuurlijke verplaatsingen zijn dan ook vooral via het water te verwachten. Bij een merk-terugvangstonderzoek in Tilburg werden verplaatsingen waargenomen 200 meter stroomafwaarts en 150 meter stroomopwaarts per week (Aarssen et al. 2013). Uit de literatuur zijn natuurlijke verplaatsingen van 120 meter op een dag bekend. 

Bron

Auteur(s)

Koese, B.