Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Oost-Amerikaanse kersenboorvlieg Rhagoletis cingulata

Foto: Dick Belgers

Indeling

Tephritidae [familie]
Rhagoletis [genus] (7/5)
cingulata [soort]

De larven van Rhagoletis cingulata ontwikkelen zich in bessen. De oorspronkelijke waardplant is Amerikaanse vogelkers Prunus serotina. De ontwikkeling duurt één jaar. De eieren worden in de zomer afgezet in onrijpe bessen waarbij de larven zich tegoed doen aan het vruchtvlees. Er bevindt zich normaal gesproken maar één larve per bes. Voordat de bessen helemaal rijp zijn en afvallen verlaten de larven de vruchten en verpoppen zich in de grond. Het volgend jaar eind juni, begin juli komen de volwassen dieren uit de pop tevoorschijn en begint de cyclus overnieuw.

Tijdens onderzoek in de duinen zijn drie populaties onderzocht met behulp van plakvallen om een indicatie te krijgen van de populatieopbouw gedurende het seizoen. Hieruit is gebleken dat één populatie zich afwijkend ontwikkelde van de andere twee en de piek van de vliegtijd veel eerder in het seizoen heeft liggen (Smit 2003, Smit & Dijkstra 2008). Dit zou er op kunnen duiden dat naast Rhagoletis cingulata ook Rhagoletis indifferens in Nederland aanwezig is, de soorten zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden, maar hebben wel een andere levenscyclus. De afwijkende populatie lag in een vergelijkbaar terrein en nog geen kilometer verwijderd van één van als beide andere onderzochte populaties. Nader onderzoek moet uitwijzen of dit een populatie van R. indifferens betreft.

Naast de belangrijkste waardplant, Amerikaanse vogelkers, zijn er nog enkele waardplanten bekend uit Noord-Amerika: zoete kers Prunus avium, zure kers P. cerasus, weichselboom P. mahaleb, en nog twee Amerikaanse soorten waarvoor geen Nederlandse namen beschikbaar zijn: Prunus pennsylvanica en P. virginiana (Bush 1966, White & Elson-Harris 1992). In Nederland zijn er slechts enkele exemplaren aangetroffen in commercieel verbouwde kersen P. avium / P. cerasus. Het is mogelijk dat de soort meer voorkomt in deze gewassen, maar niet opgemerkt wordt tussen de meer algemene Europese kersenboorvlieg Rhagoletis cerasi en mogelijk samen met deze soort bestreden wordt.

Van de nauwverwante Rhagoletis indifferens zijn recent drie nieuwe waardplanten vastgesteld, waaronder één uit een andere familie dan de Rosaceae: Rhamnus purshiana (Rhamnaceae) (Yee & Goughnour 2005). De andere twee betreffen een meidoorn Crataegus douglasii en de geïntroduceerde laurierkers Prunus laurocerasus (Yee & Goughnour 2005). Van R. cingulata is bekend dat deze over kan stappen op andere Prunus-soorten (Bush 1966), maar bovenstaande voorbeelden van R. indifferens geven aan dat de overstap niet beperkt hoeft te blijven tot hetzelfde waardplantgenus. Ook in Nederland komt een Rhamnus-soort voor, sporkehout R. frangula, die veelal op hetzelfde bodemtype staat als Amerikaanse vogelkers. Van de genoemde bekende waardplanten voor R. cingulata komen naast Amerikaanse vogelkers ook weichselboom Prunus mahaleb, zoete kers en zure kers in Nederland voor. Bovendien staat laurierkers, dus ook een potentiële waardplant, aangeplant in vrijwel elk dorp of stad. Kortom er is een keur aan potentiële waardplanten aanwezig in Nederland, waarvan sommige zeer algemeen zijn. Het is afwachten of R. cingulatus een waardplantoverstap gaat maken en of dat economische gevolgen heeft.

Bron

Auteur(s)

Smit, J.T.