Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Echte breedborst Abax parallelus

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Abax [genus] (4/4)
parallelus [soort]

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Abax [genus] (4/4)
parallelus [soort]

Stenotope bossoort, mesofiel, eurytherm en lichtschuw. Preferentieproeven gaven over een periode van zes jaar de volgende gemiddelde waarden: de voorkeur voor luchtvochtigheid is hoog, ca. 79-85%, het temperatuuroptimum ligt tussen 19,9 en 22,8°c (Thiele 1977). De soort is minder afhankelijk van het microklimaat dan Abax ovalis. Nagenoeg niet buiten het bos. In Duitsland in het laag- en middelgebergte, in bossen en achter schors van oude bomen (Burmeister 1939). In Zwitserland vooral montaan, in veel bostypen, maar op drogere en minder zure bodem dan Abax parallelepipedus. In België vooral gevangen in gebieden met kalk in de bodem, een hoogteligging boven 200 m en met (loof)bos (Desender 1986).

Vangpotten. Groep: d3 (47 series, 1.917 individuen). De vangsten komen bijna uitsluitend uit volgroeide, vrij dichte bossen, vaak met ondergroei [16, 18-20]. Het meest talrijk in het eiken-haagbeukenbos. Op de Veluwe vooral in oude eiken-berkenbossen met een dichte ondergroei van adelaarsvaren (Pteridium aquilinum). De weinige vangsten van kalkgrasland komen van een noordhelling, op korte afstand van een bosrand (Turin 1983). Eurytopie: 3 (pres = 0,18 en sim = 0,44). Bodem: kalk en leem. Vocht: 3. Begeleiders: Abax parallelepipedus 100% (16,7%), Carabus violaceus 95,7% (32,1%), Carabus nemoralis 89,4% (12,2%), Pterostichus oblongopunctatus 76,6% (9,4%) en Notiophilus biguttatus 70,2% (7,3%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie