Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Witbaardzandbij Andrena barbilabris

Foto: Martien van den Heuvel

Indeling

Andreninae [subfamilie]
Andrena [genus] (82/72)

Vermoedelijk één generatie, maar mogelijk twee (Vegter 1985, Westrich 1989b). Indien er twee generaties zijn, dan is de tweede veel armer aan individuen dan de eerste. Witt (1992) trof bij een populatie in Noord-Duitsland geen tweede generatie aan. De soort overwintert als imago in de broedcel. Mannetjes patrouilleren boven de nestplaatsen, in ovale vliegbanen van 1,5 x 10-20 m. Daarbij vliegen ze 5-20 cm boven de grond (Witt 1992). Doordat er vaak grote aantallen mannetjes op een nestplaats vliegen, overlappen de vliegbanen flink. Volgens Vegter (1985) zwermen de mannetjes ook rond struiken. Verse vrouwtjes worden meteen door mannetjes 'overvallen' en bevrucht. Vaak wachten de verse vrouwtjes vlak onder het aardoppervlak op goede weersomstandigheden. soms graven mannetjes zich naar deze vrouwtjes toe en copuleren ermee (Witt 1992). De vrouwtjes paren slechts een keer, waarna ze geen mannetjes meer toelaten. Vaak overvallen deze de vrouwtjes wel, maar staan die geen paring toe, onder andere door de kop naar beneden tegen de buik aan te buigen en de poten langs het borststuk omhoog te steken. Het mannetje op haar rug kan zo onmogelijk haar achterlijf bereiken.

Andrena barbilabris nestelt op plaatsen met kaal zand, zoals duinen, zandwegen, afgravingen en tussen bestrating. De nesten worden zowel in vast als in rul zand gegraven, in kleine tot grote aggregaties. De nestingangen liggen soms slechts 1 cm uiteen (Witt 1992). De nestgang is 5-26 cm diep en bevat 1-3 broedcellen, die rondom de gang gerangschikt zijn. De broedcelwand is met een bruinachtig glanzend laagje bekleed. In los zand is de nestingang onzichtbaar. Een provianderend vrouwtje verdwijnt snel gravend in het zand. Nadat ze een broedcel bevoorraad heeft, wordt een ei op de pollenvoorraad gelegd. Zodra het ei uitkomt, begint de larve van de pollen te eten. Na ongeveer drie weken is de larve volgroeid en gaat verpoppen. Het popstadium duurt 19-24 dagen (Thorp & Stage 1968).

Polylectisch, aangetroffen op bloemen uit 13 plantenfamilies (Westrich 1989b).

Broedparasieten Nomada alboguttata en Sphecodes pelluci- dus zijn door Witt (1992) uit de nesten gekweekt. Waarschijnlijk is ook Sphecodes reticulatus een broedparasiet en mogelijk ook S. ephippius (Blüthgen 1919, 1934, Bischoff 1927, Stöckhert 1933, Popova 1983, Westrich 1989b), terwijl de waaiervleugelige Stylops melittae als endoparasiet bekend is (Smit & Smit 2005).

 

Bron

Auteur(s)

Smit, J.

Publicatie