Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Amoergrondel Perccottus glenii

Foto: Paul van Hoof

Indeling

Odontobutidae [familie]
Perccottus [genus] (1/0)
glenii [soort]

Amoergrondels worden maximaal 10 jaar oud en zijn na 1-3 jaar geslachtsrijp  bij een lengte van 6 cm (Reshetnikov 2003, Kottelat & Freyhof 2007). In de rivier de Amoer paait de soort in de maanden mei tot juni, bij een watertemperatuur van 15 tot 20 °C. In Polen blijkt de Amoergrondel van april tot en met augustus te paaien. Een langere periode met relatief hoge temperaturen resulteert in een langere paaiperiode. De eieren worden in rijen, dicht onder het wateroppervlak afgezet op substraten, zoals wortels, bladeren en stenen. Het mannetjes bewaakt de eieren en jonge larven.

De Amoergrondel is een vraatzuchtige rover, met een gevarieerd dieet, bestaande uit evertebraten (zoals muggenlarven, watervlooien, roeipootkreeftjes), amfibieën(larven) en vis. Grotere exemplaren eten kleine vissen, weekdieren en zelfs adulten van sommige amfibieënsoorten (Reshetnikov 2003). Qua vissen gaat de voorkeur uit naar soorten zonder harde stekels of beenplaten. In kweekvijvers werden onder andere elrits, vetje, bittervoorn, jonge snoek, kroeskarper en eigen jongen geprefereerd en geen pos, baars en modderkruiper.

Verplaatsing De Amoergrondel is buiten zijn oorspronkelijke leefgebied terecht gekomen door de mens. De eerste introductie in 1916 in Sint Petersburg (Rusland) vond plaats door een aquariumhouder. Ook in Moskou is de soort in 1950 losgelaten vanuit aquaria en tuinvijvers. Daarnaast zijn gevallen bekend waarbij de Amoergrondel samen met karpers uit een kwekerij zijn losgelaten. De Amoergrondel heeft zich waarschijnlijk verder uitgebreid door verplaatsingen tussen viskwekerijen. Ook is de soort gebruikt en verder uitgezet als aasvis in de sportvisserij. Vanuit de locaties waar de Amoergrondel door de mens geïntroduceerd is, kan de soort zich op eigen kracht verder verspreiden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van aangesloten wateren zoals rivieren, kanalen en beken. In zijn oorspronkelijke leefgebied is de soort ook sterk gebonden aan het rivierengebied, waarbij hoge dichtheden worden bereikt in stilstaande, plantenrijke wateren in de uiterwaarden, maar de soort maakt  in lage dichtheden ook gebruikt van de rivier voor zijn dispersie. De soort lijkt zijn leefgebied in de Donau sneller uit te breiden in stroomafwaartse richting dan stroomopwaarts.

Op basis van klimatologische omstandigheden, de beschikbaarheid van geschikt habitat en de afwezigheid van barrières, wordt verwacht dat de Amoergrondel zich ook in West-Europa kan vestigen (Reshetnikov 2004, Reshetnikov & Ficetola 2010).

Bron

Auteur(s)

Spikmans, F.