Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Kleine bijenkastkever Aethina tumida

Foto: Jessica Louque

Indeling

Nitidulinae [subfamilie]
Aethina [genus] (1/0)
tumida [soort]

Indeling

Nitidulinae [subfamilie]
Aethina [genus] (1/0)
tumida [soort]

Volwassen kevers zijn 5-7 mm lang en vrij breed gebouwd. Net uitgeslopen, nog niet uitgekleurde, kevers zijn lichtbruin, de volwassen kevers zwartbruin tot zwart. De dekschilden zijn korter dan het achterlijf waardoor het uiteinde onbedekt blijft. De sprieten hebben een drieledige ronde eindknop.

De eitjes zijn parelwit en zijn circa 1,4 mm lang en 0,26 mm breed. Jonge larven zijn zo'n 1,3 mm lang en crèmewit van kleur. Ze groeien uit tot 8,6-10,5 mm lang. De kop en delen van de prothorax zijn oranje. Op de rug bevinden zich op elk segment een paar oranje stekeltjes met aan het uiteinde een paar grotere stekels (de urogomphi).

Gelijkende soorten
De kleine bijenkastkever behoort tot de glanskevers (Nitidulidae). Er komen in Nederland 97 soorten uit deze familie voor waarvan een deel lastig te onderscheiden is van de kleine bijenkastkever. Onder de glanskevers zijn echter vrijwel geen andere soorten die te vinden zijn in bijenkasten.

Van één in Nederland voorkomende soort is bekend dat deze incidenteel te vinden is in dit leefgebied. Cychramus luteus is een soort die normaal gesproken is te vinden op bloemen waar de kevers zich voeden met stuifmeel maar die soms ook in bijenkasten bivakkeert (Neumann & Ritter, 2004). Deze soort is overigens niet schadelijk voor bijenvolken. Volwassen kleine bijenkastkevers zijn donkerder dan Cychramus luteus, die oranje tot bruin zijn. Niet uitgekleurde exemplaren van de kleine bijenkastkever zijn echter lichter gekleurd. Beide soorten zouden daarom verward kunnen worden. De sprietknoppen van Aethina tumida zijn compacter, ongeveer even breed als lang terwijl die van Cychramus luteus duidelijk langer dan breed zijn. Ook bedekken de dekschilden bij Cychramus luteus vrijwel het gehele achterlijf terwijl de achterlijfspunt bij de kleine bijenkastkever duidelijk geheel onbedekt blijft.

Uit Italië is recent een voor Europa exotische glanskever gemeld die afkomstig is uit Noord-Amerika. Deze soort is ook aangetroffen in bijenkasten (Audisio et al., 2014). Carpophilus lugubris is nog niet bekend uit Nederland maar zou onderscheiden kunnen worden aan de hand van de juist veel kortere dekschilden. Deze laten minimaal twee achterlijfsegmenten van de kever onbedekt.

Bij twijfel bij de determinatie kan contact worden opgenomen met EIS Kenniscentrum Insecten.

Bron

Auteur(s)

Colijn, E.O.