Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Gestekelde duizendknoop Polygonum perfoliatum

Foto: Edu Boer

Indeling

Polygonaceae [familie]
Polygonum [genus] (14/2)

Polygonum perfoliatum is een kruidachtige klimplant uit de duizendknoopfamilie, die tot wel 7 meter lang kan worden en 15 cm per dag kan groeien. De jonge stengels zijn groen maar kleuren later licht roodpaars. Stengels, bladstelen en de onderzijde van de bladnerven zijn bezet met  neerwaarts gerichte 1-2 mm lange stekels. De lichtgroene bladeren zijn driehoekig, 2-8 cm breed, en staan verspreid langs de dunne stengels. De bladstelen zijn ongeveer even lang of langer dan de bladschijf. De vergroeide steunblaadjes op de knopen, die bij de meeste Polygonum-soorten de vorm van een vliezig kokertje (het tuitje of ochrea) hebben, hebben bij P. perfoliatum de vorm van een schotelvormig, groen, stengelomvattend blad. De 3-5 mm lange bloemdekbladen zijn wit of licht rood gekleurd. De bloemen  hebben 3 stijlen en 8 meeldraden. De eindstandige of okselstandige, tros- tot aarvormige bloeiwijze is 1-3 cm lang en bevat 2- 10 (-15) bloemen. De aanvankelijk groene, bes-achtige vruchten hebben een diameter van 5 mm en kleuren tijdens de rijping naar metallic blauw. Elke vrucht bevat een enkel glanzend, zwart tot roodzwart, bolvormig nootje met een diameter van 2-3 mm.

Gelijkende soorten De meest gelijkende soort in Nederland is haagwinde Convolvulus sepium in vegetatieve vorm. Haagwinde heeft echter geen tuitje (ochrea) en geen stekels. Bloeiend zijn beide soorten  onmiskenbaar verschillend. De bloemen van Haagwinde staan in tegenstelling tot Polygonum perfoliatum alleen en zijn veel groter (3-5 cm in doorsnee). De vruchten van haagwinde zijn niet besachtig maar een (droge) doosvrucht. De eveneens klimmende en tot de duizendknoopfamilie behorende heggenduizendknoop Fallopia dumetorum en Zwaluwtong Fallopia convolvulus onderscheiden zich van P. perfoliatum door het vliezige, kokervormige tuitje, het ontbreken van stekels, de gekielde bloemdekbladen en de hoekige nootjes. 

Bron

Auteur(s)

Beringen, R.