Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Geelbuikschildpad Trachemys scripta subsp. scripta

Foto: Jelger Herder

Indeling

Trachemys [genus]
scripta [soort] (3/0)
scripta [ondersoort]

De soort Trachemys scripta wordt onderverdeeld in drie ondersoorten: T. s. scripta, T. s. troostii en T. s. elegans. Ze worden respectievelijk geelbuik-, geelwang- en roodwangschildpad genoemd. Alle drie ondersoorten worden regelmatig in Nederland aangetroffen; de geelwangschildpad duidelijk het minst.

De ondersoorten van Trachemys scripta hebben allemaal een donker olijfkleurige kop, poten en staart met gele lengtestrepen. Zeer jonge dieren hebben een helder groene grondkleur. Op kop en hals zijn bij alle drie de ondersoorten ook gele strepen aanwezig. Het buikschild is geel, met afhankelijk van de ondersoort geen, kleine of grotere min of meer ronde donkere vlekken op elk buik-schildje. Het rugschild is olijfkleurig tot donkergrijs. Op de schildjes kunnen smalle gele strepen aanwezig zijn. Volwassen dieren zijn egaler, minder contrastrijk van tekening en kleur, waarbij ook de buikzijde donker kan worden. Met name volwassen mannetjes van alle drie de ondersoorten kunnen zeer donker gekleurd zijn, waardoor het kleurpatroon van de kop moeilijk is te herkennen. Deze donkere mannetjes kunnen niet altijd aan de hand van uiterlijke kenmerken op ondersoort worden gedetermineerd.

Volwassen mannetjes hebben opvallend verlengde nagels aan de voorpoten en een hol (concaaf) buikschild in plaats van een vlak buikschild. De eieren van Trachemys scripta lijken op die van de ringslang. Ze zijn ovaal, hebben een leerachtige schaal en zijn 3-4,5 cm lang en 2-2,5 cm breed.

De geelbuikschildpad lijkt sterk op de geelwangschildpad (T. s. troostii), maar heeft achter het oog een bredere gele dwarsband die meerdere lengtestrepen met elkaar verbindt. Het rugschild is vaak uniform donker gekleurd met soms enkele gelige strepen. Het rugschild is boller dan dat van de geelwangschildpad. Verder ontbreekt een donkere tekening op het buikschild. De geelbuikschildpad wordt tot circa 30 cm lang. RAVON heeft een herkenningskaart gemaakt om deze en andere exotische zoetwaterschildpadden op naam te kunnen brengen.

Gelijkende soorten De drie ondersoorten van Trachemys scripta lijken tamelijk veel op elkaar. Bij het ouder worden vervaagt doorgaans de tekening, waardoor het onderscheid lastiger wordt. Bovendien is kruising tussen de verschillende ondersoorten mogelijk, waardoor er ook genetisch onzuivere individuen aanwezig kunnen zijn.

Voor niet-deskundigen kunnen ook andere zoetwaterschildpadden op de ondersoorten van Trachemys scripta lijken. De drie ondersoorten van Trachemys scripta maken, samen met de zaagrugschildpad Graptemys pseudogeographica, echter circa 95 % uit van de in de Nederlandse natuur waargenomen waterschildpadden, waardoor buiten de drie ondersoorten met name deze soort relevant is voor de herkenning. Zaagrug­schildpadden hebben een veel spitsere neus en een opvallend witte iris. Jonge zaagrugschildpadden hebben donkere, zaagachtige uitsteeksels midden over en aan de achterrand van het groene rugschild. De vorm van de hoornplaten aan de rand van het rugschild, geven hem een gekarteld uiterlijk. Incidenteel worden nog andere waterschildpadden in Nederland aangetroffen, zoals de bijtschildpad Chelydra serpentina en Pseudemys-soorten. RAVON heeft een herkenningskaart gemaakt om deze en andere exotische zoetwaterschildpadden op naam te kunnen brengen.

Bron

Auteur(s)

Delft, J.J.C.W. van