Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Geelwangschildpad Trachemys scripta subsp. troostii

Foto: James H. Harding

Indeling

Trachemys [genus]
scripta [soort] (3/0)
troostii [ondersoort]

De geelwangschildpad is een semi-aquatische, dagactieve soort. ’s Nachts rust de soort onder water of drijvend aan het wateroppervlak. De paring vindt tussen maart en begin juni in het water plaats. Voor de eiafzet is geschikt landhabitat nodig, eventueel op ruime afstand van het water. Daar graaft het vrouwtje de eitjes in, in een 11-12 cm diepe nestkuil. De eiafzet die uit Europa bekend is van Trachemys scripta, vond vooral plaats in de maanden mei tot en met augustus. Uit Nederland is eiafzet bekend van de nauw verwante roodwangschildpad. Onder de huidige klimaatomstandigheden in Nederland, zullen deze (zeer waarschijnlijk) niet succesvol uitkomen. De omgevingstemperatuur tijdens de eiontwikkeling bepaalt of er mannetjes dan wel vrouwtjes uit de eieren komen. Doorgaans wordt daarom aangenomen dat in het relatief koude Europa alleen mannetjes geboren zouden worden. Toch blijken in Frankrijk zowel mannetjes als vrouwtjes uit eieren van roodwangschildpadden te komen. Op grond van modellen wordt het mogelijk geacht dat in Nederland omstreeks 2050 tenminste in sommige jaren voortplanting plaats zou kunnen vinden.

Voor het zonnen zitten de dieren vaak op uit het water stekende of boven het water hangende voorwerpen zoals stronken en stammen. Tijdens het zonnen verdragen de dieren elkaar goed op een kleine ruimte, waardoor grotere aantallen dieren ook van andere soorten en ondersoorten bij elkaar gezien kunnen worden.

De overwintering vindt vooral onder water plaats. Sommige exemplaren overwinteren echter in holle boomstronken of in muskusratnesten. In zeer strenge winters komt het ook in het natuurlijke areaal tot grote sterftes binnen populaties. In Nederland worden geelwangschildpadden van maart tot en met oktober waargenomen.

Trachemys scripta is omnivoor. Ze foerageren in het water. Juvenielen zijn vrijwel compleet carnivoor, met een dieet van insecten, spinnen, kreeftachtigen, mollusken, amfibieënlarven, kleine vissen en aas. Adulte dieren eten algen, zaden, waterplanten, amfibieënlarven, kleine vissen, insecten, kreeften, wormen en mollusken, waarbij planten een steeds groter deel van het dieet vormen.

Verplaatsing Trachemys scripta geldt als een honkvaste soort. Bij vangst-terugvangstonderzoek is gebleken dat de meeste individuen binnen een straal van 800 meter van de plek blijven waar ze gemarkeerd zijn. Het gebied waar individuele dieren zich binnen verplaatsen kan groot zijn en meerdere wateren omvatten. Mannetjes leggen aanzienlijk grotere afstanden dan vrouwtjes af. Bij mannetjes is een oppervlak benut water- en landhabitat bekend van respectievelijk 40 en 104 ha, tegenover 15 en 37 ha bij de vrouwtjes. 

Bron

Auteur(s)

Delft, J.J.C.W. van