Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Rode neusbeer Nasua nasua

Indeling

Procyonidae [familie]
Nasua [genus] (1/0)
nasua [soort]

Meer dan alle andere kleine beerachtigen zijn neusberen dagdieren. Ze trekken meestal in groepen van vier tot 25 verwante vrouwtjes met jongen door het oerwoud. Wanneer de mannetjes ongeveer twee jaar zijn, worden ze geslachtsrijp en verlaten ze de groep. Zij leven vanaf dan buiten de bronstijd solitair. Ze onderhouden contact met elkaar met een speciale roep. Krabbelend en snuffelend zijn de dieren op zoek naar vruchten en wortels, maar ook insecten en andere diertjes. Bij gevaar vluchten rode neusberen meestal in de bomen. Natuurlijke vijanden zijn grote katachtigen en wurgslangen. Ongetwijfeld doet de slurfachtige neus uitstekend dienst als reukorgaan. Dierlijke prooien worden gedood met de scherpe tanden, waarmee ze zich ook verdedigen en elkaar te lijf gaan in gevechten om de macht. Rode neusberen zijn omnivoor; ze eten paddenstoelen, vruchten en insecten (kevers), maar ook eieren en kleine amfibieën, reptielen en zoogdieren. Volwassen mannetjes eten meer dierlijk voedsel, soms zelfs de jongen van de eigen soort. Het grootste gedeelte van de dag zijn de dieren bezig met zoeken naar voedsel, een bezigheid die van tijd tot tijd wordt onderbroken voor lichaamsverzorging. De dieren halen hun tanden door de vacht en kammen hem afwisselend met de nagels van de voor- en achterpoten.

De bronstijd duurt een maand. In het begin van deze periode sluiten de geslachtsrijpe mannetjes zich aan bij een groep en verdrijven rivalen die zich bij dezelfde groep voegen. Kort voor de geboorte zonderen de drachtige wijfjes zich af van de groep. Het vrouwtje bouwt een boomnest en blijft daar tijdens haar zwangerschap zitten. Na een draagtijd van 10 tot 11 weken worden twee tot zeven jongen geboren van circa 26 cm lang en 100-180 gram. Ze zijn donkergrijs behaard, de tekening op kop en staart is maar net zichtbaar. Bij de geboorte zijn de jongen volledig afhankelijk van hun moeder. Na 10 dagen openen ze hun ogen, na 3 tot 4 weken wagen zij zich voor het eerst buiten het nest, waarna ze leren lopen en klimmen. Vijf tot zes weken na de geboorte sluit het vrouwtje zich, samen met haar jongen, weer aan bij de groep. Na 15 maanden zijn de neusberen volgroeid. Neusberen kunnen 14 jaar oud worden.

Verplaatsing Zodra één neusbeer alarm slaat, klimt de hele groep pijlsnel naar de top van een boom. Als het ook daar niet veilig is, springen ze niet zelden van een hoogte van enkele meters omlaag en vluchten over de grond weg. Daar kunnen ze echter geen sprongen maken die groter zijn dan een meter.

Bron

Auteur(s)

Hollander, H.