Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Amerikaanse voseekhoorn Sciurus niger

Foto: Stefan Hageman

Indeling

Sciuridae [familie]
Sciurus [genus] (3/1)
niger [soort]

De Amerikaanse voseekhoorn is de grootste Noord-Amerikaanse boomeekhoorn, met een kop-romplengte van 26-37 cm, een staartlengte van 20-33 cm en een gewicht van 507-1361 g. De soort varieert nogal in kleur. Grofweg zijn er drie kleurvormen, die vooral variëren met het (oorspronkelijke) leefgebied. In de westelijke en noordelijke delen van het verspreidingsgebied zijn rug en staart grijzig met geelbruine tot oranje of rode schijn en staartfranjes, en is de buik wit tot kaneelkleurig met meestal ook een rode schijn. In het zuidoosten van de Verenigde Staten zijn rug en staart grijzig geelbruin over donkerbruin, grijs en agouti tot zwart, met soms witte staartfranjes en met zwart bovenop de kop en in de nek en een witte of crèmekleurige neus, oren en poten, en is de buik wit tot bruinig en roestkleurig. In de noordoostelijke kustregio hebben de dieren een zilvergrijze rug met soms geelbruine tot rode accenten op de heupen, poten en kop, is de staart zilvergrijs met witte franje en de buik wit tot bleekgrijs en soms kaneelkleurig of geelbruin. Melanisme is algemeen, vooral in het zuiden. Er zijn tien ondersoorten beschreven, waarbij Sciurus niger rufiventer de meest algemene is en een oranje tot roestkleurige buik heeft en een grijze rug en staart met oranje tinten en franjes. De soort ruit een keer per jaar, in april/mei. Beide seksen zijn gelijk.

Gelijkende soorten De Amerikaanse voseekhoorn is groter en zwaarder dan de inheemse rode eekhoorn en de grijze eekhoorn. Op basis van de pelskleur kan onderscheid gemaakt worden. De inheemse rode eekhoorn heeft een witte buik en een rug- en staartkleur die varieert van rood over bruin tot zwart en soms zelfs zandkleurig of grijs. Daarnaast is onze rode eekhoorn veel kleiner, maar een jonge voseekhoorn is natuurlijk ook kleiner, net als sommige ondersoorten van de voseekhoorn. De Thaise eekhoorn heeft een witte of isabelkleurige buik. Deze kleur loopt wat verder door op flanken, poten en kop dan bij andere soorten. Verder heeft de  Thaise eekhoorn Callosciurus finlaysoni een scherpe scheidingslijn met de donkerdere rug en een karakteristieke witte ring rond oog. De Prevosteekhoorn Callosciurus prevosti wordt ook driekleureekhoorn genoemd wegens de combinatie van lichaamsdelen met zwarte, witte en kastanjebruine tot oranjerode kleur. Het onderscheid met Pallas’ eekhoorn is lastiger: deze heeft een olijfgroene tot bruine rug en staart (met licht gebandeerde haren en soms opvallend grijs naar het uiteinde toe) en een gelige tot oranjerode buik. Hij is net als onze rode eekhoorn echter veel kleiner dan een volwassen voseekhoorn.

Zeer lastig is het onderscheid met de Noord-Amerikaanse (oostelijke) grijze eekhoorn, die een grijze pels heeft met oranjerode haren op kop, poten, flanken en rug, en een witte buik. De staartharen hebben oranjerode, zwarte en/of witgrijze banden met een witgrijs uiteinde, waardoor de staart een lichte buitenrand heeft. Het is een vrij grote, zware eekhoorn, die qua lengte en gewicht overlapt met de voseekhoorn. De oostelijke grijze eekhoorn kan ook verward worden met een rode eekhoorn in wintervacht (grijzer op flanken, rug en kop) en een grijskleurige rode eekhoorn in zomervacht, maar er zijn toch duidelijke verschillen door de lange oorpluimen van de rode eekhoorn in de winter en het ontbreken van een lichte buitenrand rond de staart.