Ancistrocerus trifasciatus

Foto Albert de Wilde, 19 juni 2011, Ter Poorteweg, Koudekerke
Komt voor in verschillende biotopen, ook in stedelijke gebieden. Lange vliegtijd, van de tweede helft van april tot in oktober. Wellicht zijn er twee generaties per jaar. Nesten worden aangelegd in holle stengels, gaten in dood hout en gallen. In Nederland gekweekt uit stengels van vlier, es en Chinees klokje, maar ook uit een weipaaltje van meidoornhout. Walrecht (1936b) beschrijft enkele aspecten van de nestbouw van deze soort. De prooi bestaat uit kleine rupsen. Als parasiet is de goudwesp Chrysis ignita schencki (Chrysididae) bekend en wellicht komt ook de goudwesp Pseudomalus auratus in aanmerking (Jacob-Remacle 1987).
Bron
Auteur(s)
Smit, J. T., Peeters, T.M.J., Lefeber, V.Publicatie
- Peeters, T.M.J., C. van Achterberg, W.R.B. Heitmans, W.F. Klein, V. Lefeber, A.J. van Loon, A.A. Mabelis, H. Nieuwenhuijsen, M. Reemer, J. de Rond, J. Smit, H.H.W. Velthuis. 2004. De wespen en mieren van Nederland (Hymenoptera: Aculeata). - Nederlandse Fauna 6. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden, KNNV Uitgeverij, Utrecht & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.





