Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Exoten in Nederland

Definities binnen het Exotenpaspoort

Wat is een exoot?
Soort die niet op eigen kracht Nederland bereikt heeft, maar door de mens is geïntroduceerd (opzettelijk of niet opzettelijk). Zie ook de definitie op het Nederlands Soortenregister: https://www.nederlandsesoorten.nl/content/definitie

Reële kans op vestiging?
Bewezen of op basis van literatuur en/of voorkennis te verwachten kans op zelfstandige handhaving van de soort binnen Nederland. Zelfstandige handhaving in deze context betekent zelfstandige voortplanting / populatievorming.

Vestigingsstatus
NB. Hier zit overlap met de statuscode voor voorkomen in Nederland in het Soortenregister. Voorlopig blijven beide statussen naast elkaar bestaan en dienen ze beiden gevuld te worden.

  • Gevestigd: De soort plant zich uit zichzelf voort in Nederland in (half)natuurlijke gebieden.
  • Niet gevestigd: De soort plant zich nog niet uit zichzelf voort in Nederland (nog geen populatievorming maar incidentele gevallen).
  • In gevangenschap/gecultiveerd: Komt strikt voor in door de mens afgesloten gebieden/ruimten, zoals kassen, huizen, bontfokkerijen, gesloten aqualcultuur, aquaria.
  • Verplaatst binnen Nederland: De soort komt van nature voor in een deel van Nederland (is daar inheems), maar is door de mens in een ander deel van het land geïntroduceerd, daar waar de soort voorheen niet voorkwam.
  • Verwacht: De soort wordt op (korte) termijn verwacht aangetroffen te worden in het land, bijvoorbeeld omdat deze van dicht over de grens bekend is. Er is nog geen bewijs voor voorkomen in Nederland.
  • Onbekend: Geen informatie over vestigingsstatus beschikbaar.

Zeldzaamheid

  • Zeer algemeen: komt voor op veel plekken in Nederland, in hoge aantallen
  • Algemeen: komt voor op veel plekken in Nederland
  • Lokaal: komt voor op weinig plekken in Nederland, maar lokaal wel in hoge aantallen
  • Zeldzaam: komt voor op weinig plekken in Nederland en in lage aantallen
  • Verdwenen: komt niet meer in Nederland voor
  • Uitgeroeid: komt niet meer voor in Nederland, als gevolg van actieve uitroeiing

Invasiviteit
De waarden bij dit kenmerk betreffen een waardeoordeel door een expert en hebben geen formele beleidsstatus.

  • Invasief: Vormt een bedreiging voor inheemse biodiversiteit (gebaseerd op nationale en internationale kennis).
  • Potentieel invasief: Vormt mogelijk een bedreiging voor inheemse biodiversiteit (gebaseerd op nationale en internationale kennis, zoals risico-analyse en/of gevallen uit aangrenzende landen).
  • Niet invasief: Vormt geen bedreiging voor inheemse biodiversiteit (gebaseerd op nationale en internationale kennis).

Type introductie

  • Opzettelijk: Bewuste introductie door de mens.
  • Niet opzettelijk: Onbewuste introductie als bijgevolg van menselijk handelen.
  • Opzettelijk en niet opzettelijk: beiden.
  • Onbekend

Jaar van eerste introductie
Jaartal of periode waarin de soort voor het eerst in Nederland is geïntroduceerd. Het is mogelijk dat er latere introducties gevolgd zijn, maar die worden niet opgenomen. Sommige bronnen zullen geen exact jaartal geven (bijv. pre-1700, jaren ‘50, etc.).

Jaar van eerste melding
Jaartal waarin de soort voor het eerst met bewijs in Nederland is waargenomen / gemeld. Dit kan in theorie een later zijn dan jaartal van eerste introductie, maar nooit eerder.

Natuurlijke verspreiding
Gebied(en) waar de soort van nature - inheems en niet als exoot - voorkomt.

  • Noord-Amerika: VS, Canada, Mexico.
  • Zuid-Amerika: Midden-Amerika ten zuiden van Mexico, Zuid-Amerika.
  • Azië: Azië westelijk tot aan lijn Oeral, via grens van Kazachstan tot aan Zwarte Zee.
  • Oceanië: Australië, Nieuw-Zeeland en aangrenzende kleinere eilanden.
  • Antarctica
  • Afrika
  • Europa: Europa oostelijk tot aan Zwarte Zee, grens Kazachstan en Oeral.
  • Noordelijke Stille Oceaan: Stille Oceaan (‘Pacific’) ten noorden van de evenaar.
  • Zuidelijke Stille Oceaan: Stille Oceaan (‘Pacific’) ten zuiden van de evenaar.
  • Noordelijke Atlantische Oceaan: Atlantische Oceaan ten noorden van de evenaar.
  • Zuidelijke Atlantische Oceaan: Atlantische Oceaan ten zuiden van de evenaar.
  • Indische Oceaan: Oceaan ten zuiden van India tot aan zuidelijkste puntjes van Afrika en Australië.
  • Noordelijke IJszee: Oceaan om de Noordpool heen.
  • Zuidelijke Oceaan: Oceaan om de Zuidpool heen, tot de 60e breedtegreedte.
  • Onbekend: gebruik deze optie wanneer het natuurlijke verspreidingsgebied onbekend is.

Habitat
Type habitat(s) waarin de soort (mogelijk) voorkomt in Nederland. Definities komen van NOBANIS; sommige habitats komen niet voor in Nederland.

  • Mariene habitats: Alle zoutwaterhabitats, bentisch en pelagisch (bijv. Noordzee, Waddenzee).
  • Estuaria en brakwatergebieden: Gebieden waar zoetwater de zee bereikt en waar zoutgehalte varieert tussen 35 ppm en < 5 ppm. Brakke gebieden.
  • Meren: Stilstaande zoetwaterlichamen (lentische systemen zoals vijvers, meren en vennen).
  • Waterwegen: Lopende waterlichamen (lotische systemen zoals rivieren, beken en grondwater).
  • Kustgebied: Gebied direct langs de kust en/of beïnvloed door de kust.
  • Oeverzones: Langs de oevers van rivieren en randen van meren.
  • Wetlands: Moerassen, slikken en natte graslanden.
  • Stedelijke gebieden: Nabij menselijke bebouwing (inclusief tuinen), maar niet binnen in huizen.
  • Agrarische gebieden: Gecultiveerde gebieden.
  • Verstoorde gebieden: Gebieden beïnvloed door de mens, maar niet gecultiveerd.
  • Boreaal bos: Naaldbos.
  • Gemengd conifeer-/loofbos
  • Gematigd loofbos
  • Struweel: Gebieden met dichte struiken en kleine bomen.
  • Graslanden en heide: O.a. heide en droge graslanden.
  • Arctisch/alpien: Arctische/alpiene vegetatietypen.
  • Continentaal ijs: gletsjers en eeuwige sneeuwvelden.
  • Rotsen en lavavelden: Rotsachtige gebieden zonder natuurlijke vegetatie of met spaarzame vegetatie.
  • Gastheer: Organisme waarin/-op de soort voorkomt (en waarvan de soort bescherming of voeding krijgt).
  • Vector (drager pathogenen): De drager van de soort, in geval van pathogene soort.
  • Kassen of composthopen
  • Onder menselijk beheer: Binnen in huizen, kassen, bontfokkerijen, gesloten aquacultuur, aquaria.
  • Onbekend

Wijze van introductie (‘pathways’)
Wijze waarop de mens de soort opzettelijk of niet opzettelijk in Nederland heeft geïntroduceerd (het verspreidingsmechanisme of de bron).

  • Vrijlating in natuur voor gebruik
  • Biologische bestrijding
  • Erosiebestrijding/duinstabilisatie
  • Visserij
  • Jacht
  • Verbetering landschap/flora en fauna
  • Introductie voor behoud
  • Biologische zuivering
  • Herintroductie
  • Afvalbeheer
  • Landbouw
  • Aquacultuur
  • Botanische tuin/dierentuin/aquaria
  • Landbouwhuisdieren, inclusief dieren onder beperkt toezicht
  • Bosbouw
  • Bontfokkerijen
  • Tuinbouw
  • Sierdoeleinden
  • Huisdier-/aquariumhandel
  • Onderzoek
  • Overige ontsnapping
  • Verontreinigd kwekerijmateriaal
  • Verontreinigd aas
  • Contaminant voedsel
  • Levend voedsel
  • Contaminant op dieren
  • Contaminant op planten
  • Organisch verpakkingsmateriaal
  • Parasieten op dieren
  • Parasieten op planten
  • Zaadcontaminant
  • Houthandel
  • Transport van habitatmateriaal (grond, vegetatie, hout)
  • Container/bulk, inclusief zee-, lucht- en treinvracht
  • Lifters op of in vliegtuig
  • Lifters op of in schip/boot
  • Machines/apparatuur
  • Hengelsport-/visuitrusting
  • Mensen en hun bagage/uitrusting
  • Ballastwater schip/boot
  • Aangroei op scheepsrompen
  • Vervoersmiddelen
  • Overige transportwijzen
  • Onderling verbonden waterwegen/bassins/zeeën
  • Onwetend bezit
  • Smokkelarij
  • Onbekend

Impact
Type van schade die een soort (mogelijk) veroorzaakt in Nederland.

  • Decompositie: Komt het lokale voedselweb binnen als nieuwe afbreker (decomposer); verticale effecten.
  • Predatie: Komt het lokale voedselweb binnen als nieuwe predator; verticale effecten.
  • Herbivorie: Komt het lokale voedselweb binnen als nieuwe herbivoor; verticale effecten.
  • Nieuwe bron in voedselweb: Is een nieuwe bron in het voedselweb voor inheemse of geïntroduceerde soorten (voor herbivoren, predatoren of afbrekers); verticale effecten.
  • Toxisch: Is toxisch voor andere lokale soorten, waardoor deze worden verdreven.
  • Concurrentie: Concurreert met andere soorten die dezelfde niche in het voedselweb bezetten; horizontale effecten. Inclusief fysieke verstoring van andere soorten.
  • Ziekteoverdracht: Is zelf een parasiet of pathogeen of fungeert als gastheer voor parasieten of als vector voor pathogenen.
  • Abiotische veranderingen: Veroorzaakt verandering in bijv. vuurregime, successie, hydrologie of beschikbaarheid van voedingsstoffen.
  • Genetisch: Hybridiseert met verwante (inheemse) soorten of variëteiten. Gevaar van vervuilen van de lokale genenpoel.
  • Volksgezondheid: Negatieve effecten op de volksgezondheid door toxiciteit, ziekteverwekking of allergie-effecten.
  • Sociaal-economisch: Negatieve sociaal-economische effecten, zoals vervuiling, verstopping van waterwegen, met als mogelijke maatregelen extra gebruik van herbiciden/pesticiden en kosten voor beheer/handhaving.
  • Uitsterven: Veroorzaakt (mogelijk) uitsterven van inheemse soorten of verdwijnen van lokale inheemse populaties.
  • Gering: Weinig of geen impact (op basis van bronnen en expertbeoordeling).
  • Niet bekend: Geen impact bekend, nadere studie nodig.