Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Graspieper Anthus pratensis

Foto: Wijnand van Buuren

Indeling

Motacillidae [familie]
Anthus [genus] (9/3)
pratensis [soort]

Het broedgebied van de Graspieper strekt zich uit van Groenland, IJsland en Midden-Frankrijk tot in West-Siberië. De dichtheden binnen Europa zijn het hoogst in de noordelijke helft, waartoe ook Nederland behoort. De Nederlandse broedvogels overwinteren in Zuidwest-Europa en Marokko. De broedhabitat bestaat uit open terrein met lage begroeiing. In ons land bezet de soort zeer uiteenlopende terreintypen: kwelders, gras- en bouwland, vochtige heide, open duinen en met veenmos begroeide moerasgebieden. Het vrouwtje bouwt vanaf april een goed verborgen grondnest, vaak tussen overjarig plantenmateriaal. Verhogingen in de omgeving van het nest, zoals paaltjes en hekken, worden benut als uitkijkpost of beginpunt van de zangvlucht. Het voedsel bestaat uit kleine insecten, larven, rupsen, slakjes en kleine wormen. In het winterhalfjaar eten Graspiepers ook zaden.

Bron

Auteur(s)

Scharringa, K.C.J.

Publicatie

  • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.