Overslaan en naar de inhoud gaan

Moeraslantaarn Lysichiton americanus

Foto: Annemieke Hoozemans

Indeling

Araceae [familie]
Lysichiton [genus] (1/1)
americanus [soort]

Moeraslantaarn is een overblijvende, forse plant met 2,5-5 cm dikke en tot ± 30 cm lange wortelstokken. De kort gesteelde bladeren zijn langwerpig eirond met een afgeknotte tot wigvormige bladvoet en een meestal toegespitste bladtop. De bladeren zijn fors, 40-120 cm lang en ca. 27-70 cm breed. De bloeiwijze bestaat uit een helder geel, 8-45 cm lang schutblad, die een 8-25 cm lange bloeikolf (spadix) omsluit. Op de bloeikolf zitten de kleine, lichtgroene tot gele bloempjes. De bloempjes zijn meestal éénslachtig; de vrouwelijke bloempjes zijn onder de mannelijke bloempjes geplaatst. Soms zijn de bloempjes echter tweeslachtig. Een bloempje is opgebouwd uit 4(-6), al of niet vergroeide bloemdekbladen, (0-)4(-6) meeldraden en een 1-2 hokkig vruchtbeginsel met min of meer zittende stempels. Na de bloei groeien de vruchtbeginsels uit tot groene bessen. Op 1 bloekolf zitten 150-350 bessen. Ieder bes bevat (1-)2(-4), grijsbruine tot roodbruine zaden. Een bloeiende plant kan tot 1,5 m hoog worden. De bloeiwijze verspreidt een onaangename geur die omschreven wordt als een melange van stinkdier, kadavers en knoflook. Hieraan dankt de plant zijn Amerikaanse naam: Western skunk cabbage (skunk = stinkdier).

Bron

Auteur(s)

Beringen, R.