Overslaan en naar de inhoud gaan

Verspreidbladige waterpest Lagarosiphon major

Foto: Johan van Valkenburg

Indeling

Lagarosiphon [genus] (1/1)
major [soort]

Voorkomen

StatusExoot. Tussen 10 en 100 jaar zelfstandige handhaving. (2b)
Habitatzoet
ReferentieHeukels' Flora van Nederland [24e editie]
ExpertOdé, B. (FLORON)

Verspreiding


Verspreidingskaart Verspreidbladige waterpest. Weergeven zijn de km-hokken waarin de soort in de periode 1975-heden is aangetroffen.
Bron: Florbase 2N (FLORON), waarneming.nl, telmee.nl

Het oorspronkelijke areaal van Verspreidbladige waterpest ligt in zuidelijk Afrika (Botswana, Lesotho, Zuid Afrika, Zambia en Zimbabwe). Tegenwoordig komt de soort voor in o.a. Nieuw Zeeland, Australië, Groot Brittannië, Ierland, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, België en Italië.

Verspreidbladige waterpest is voor het eerst in 2003 in Nederland herkend in sloten aan de rand van de bebouwing van Soest. In 2005 is de soort waargenomen in Kanaal H in de omgeving van Emmen. In 2007 was de soort hier nog steeds over honderden meters aanwezig. In 2007 is de soort ook waargenomen in stadswateren in Tilburg en St. Oedenrode en in 2008 volgden er meldingen uit Bergum, Ter Apel, Breda, Tilburg en Noorbeek (Zuid Limburg). De soort is nu bekend uit de provincies Utrecht, Friesland, Groningen, Drenthe, Noord Brabant en Limburg. In de provincie Drenthe hebben de planten de strenge winter van 2009-2010 goed overleefd. 

Het is zeer wel mogelijk dat de soort op meer plaatsen voorkomt, maar vanwege de overeenkomst met gelijkende soorten over het hoofd wordt gezien.

Verplaatsingen

Verspreidbladige waterpest is over de wereld verspreid door de handel in vijver en aquariumplanten. Het wordt soms verkocht onder de foutieve naam Elodea crispa. Buiten het oorspronkelijke areaal komen alleen vrouwelijke planten voor. Voor zover bekend vormt Verspreidbladige waterpest buiten het oorspronkelijke verspreidingsgebied geen zaden, zodat de soort zich hier alleen door vegetatieve vermenigvuldiging kan verspreiden.

Verspreiding door de mens in de vorm van uitzetten of dumpen van overtollige vijverplanten is vermoedelijk de belangrijkste bron van nieuwe populaties. Op bestaande groeiplaatsen breidt de soort zich uit door uitgroeien van de wortelstokken. Door afgebroken plantendelen kan de soort zich over grotere afstanden verspreiden.

Bron

Auteur(s)

Odé, B., Beringen, R.