Overslaan en naar de inhoud gaan

Struikaster Baccharis halimifolia

Indeling

Asteraceae [familie]
Baccharis [genus] (1/0)

Struikaster wordt als sierstruik aangeplant. In Frankrijk is deze struik ook aangeplant om braakliggende terreinen weer snel te vergroenen. In gebieden waar de Struikaster is ingevoerd worden allereerst anthropogene standplaatsen met verstoorde bodems, zoals bermen en braakliggende terreinen, gekoloniseerd. Van daaruit vestigt de soort zich in natuurlijke tot halfnatuurlijke biotopen. De soort vormt op den duur éénvormige, dichte, ondoordringbare bestanden waaruit de inheemse flora wordt weggeconcurreerd. Kieming en vestiging van inheemse soorten treedt niet meer op.

Het overvloedig geproduceerde vruchtpluis kan in sommige situaties hinderlijk zijn, b.v. bij zoutwinning in de open lucht, waarbij het zout in de zoutpannen verontreinigd raakt met zaadpluis. De planten zijn erg brandbaar en vestiging van de plant verhoogt het risico op het ontstaan van branden.

De plant is van weinig waarde als voederplant voor het vee. Als de planten zich vestigen op weidegronden verminderd dat de waarde van deze gronden. De bladeren bevatten een cardiotoxine waarvan bekend is dat het de dood van schapen kan veroorzaken als die er te veel van eten. Het stuifmeel van Struikaster wordt er van verdacht een veroorzaker van hooikoorts te zijn.

Bron

Auteur(s)

Beringen, R.