Overslaan en naar de inhoud gaan

Japanse duizendknoop Fallopia japonica

Foto: Ab H. Baas

Indeling

Fallopia [genus]
(7 soorten in totaal / 4 gevestigd)
japonica [soort] (1/0)

Voorkomen

StatusExoot. Minimaal 100 jaar zelfstandige handhaving. (2a)
ReferentieHeukels' Flora van Nederland [23e druk]
ExpertOdé, B. (FLORON)

Verspreiding


Verspreidingskaart Japanse duizendknoop (1975-2008)
Bron: Florbase 2N

Japanse duizendknoop is een Oost-Aziatische soort: Japan, China, Taiwan en Korea. De soort komt tegenwoordig over geheel Europa en grote delen van Noord-Amerika voor. Verder is de soort ingevoerd in Australië en Nieuw-Zeeland.

Japanse duizendknoop is tussen 1829 en 1841 uit Japan ingevoerd door Von Siebold. De door hem uit Japan ingevoerde planten werden gekweekt in een kwekerij ('Jardin d'Acclimation') aan de Lage Rijndijk in Leiden. In 1848 wordt de soort, onder de naam Polygonum sieboldii, voor het eerst in de catalogus van de kwekerij genoemd. Deze kwekerij is de meest waarschijnlijke bron van de meeste, zo niet alle, Europese Fallopia japonica var. japonica. In 1850 is er vanuit de kwekerij materiaal naar Kew Gardens verstuurd en vandaar is de plant verder over Engeland en naar alle waarschijnlijkheid ook naar de Verenigde Staten verspreid. Aan de Lage Rijndijk te Leiden schijnen de oorspronkelijke exemplaren nog tot op de dag van vandaag in een tuin voort te leven.

Japanse duizendknoop is in 1886 in Nederland voor het eerst verwilderd aangetroffen in de omgeving van Baarn (Eembrugge). Pas na 1950 is de soort op grote schaal gaan verwilderen. Tegenwoordig komt de soort wijd verspreid door Nederland voor. De meeste groeiplaatsen liggen op de zandgronden. Concentraties van groeiplaatsen komen voor in urbane gebieden, langs infrastructuur en op landgoederen.

Verplaatsingen

Rhizoomfragmenten van enkele grammen kunnen al uitgroeien tot nieuwe planten. De plant kan verspreid worden door transporten van grond waarin rhizoomfragmenten aanwezig zijn. Japanse duizendknoop werd aanvankelijk als sierplant gekweekt. Het dumpen van tuinafval zal in hoge mate hebben bijgedragen aan de verspreiding van de plant. Behalve rhizoomfragmenten kunnen ook stengeldelen uitgroeien tot nieuwe planten. De holle stengels kunnen door stromend water worden verspreid.

Bron

Auteur(s)

Beringen, R.