Overslaan en naar de inhoud gaan

Canadese kornoelje Cornus sericea

Foto: Martien van den Heuvel

Indeling

Cornaceae [familie]
Cornus [genus] (4/4)
sericea [soort]

De Canadese kornoelje is een struik met rechtopstaande tot opstijgende takken, die een hoogte tot 3 meter kan bereiken. De tegenoverstaande, gaafrandige bladeren zijn eirond tot langwerpigs en kort tot langwerpig toegespitst. De bladen hebben 5-7 paar zijnerven die grotendeels parallel lopen. De bladen zijn doorgaans 4-8 cm lang maar kunnen maximaal tot wel 14 cm lang worden. Door de microstructuur van de cuticula is de onderzijde van het blad grijswit tot licht blauwgrijsgroen van kleur. De viertallige bloemen staan in 3-5 cm brede eindstandige, schermvormige tuilen. De kroonbladen zijn 3-4 mm lang en wit tot roomwit van kleur. De vrucht is een witte (soms iets blauw aangelopen), tweezadige steenvrucht van ±8 mm in doorsnee. In de winter hebben de jonge twijgen vaak een opvallend rode kleur, maar er komen ook vormen voor met gele twijgen.

Over de taxonomische indeling van de Kornoeljes met witte bessen en een lichte blauwgrijze bladonderzijde hebben in de loop der tijd velerlei uiteenlopende inzichten bestaan. Linnaeus onderscheidde twee aparte soorten; Cornus alba L. (Witte kornoelje), inheems in Noordoost Europa en het noorden en oosten van Azie, en Cornus sericea L. (Canadese kornoelje), inheems in Noord Amerika. In de meeste flora’s worden tot op de dag van vandaag deze twee taxa onderscheiden. Vormen met grote (tot 14 cm lang), lang toegespitste bladen, met steenvruchten die even langs als breed zijn en met opstijgende takken die wortelen wanneer zij in contact met de bodem komen, worden aangeduid met Cornus sericea L. Vormen met kleinere (tot 8 cm lang) kort toegespitste bladen, met een steenvrucht die langer dan breed is en met rechtopstaande niet aan de voet wortelende takken, worden aangeduid met Cornus alba L.. Buiten hun oorspronkelijke verspreidingsgebied zijn Cornus alba L. en Cornus sericea L. op grond van morfologische kenmerken vaak niet goed uit elkaar te houden. De variatie is groot en er zijn weinig of geen onderscheidende kenmerken. De gebruikte kenmerken (b.v. de vorm van de vrucht) zijn vanwege de grote variatie binnen Cornus sericea L. lang niet altijd bruikbaar. Daarom worden in de laatste druk van de Heukels al deze Kornoeljes aangeduid met Cornus sericea. Een betere omschrijving is mogelijk Cornus sericea s.l. (Cornus sericea sensu lato - Canadese kornoelje in brede zin, d.w.z. Witte- en Canadese kornoelje).

Bron

Auteur(s)

Beringen, R.