Overslaan en naar de inhoud gaan

Amerikaanse vogelkers Prunus serotina

Foto: Wijnand van Buuren

Indeling

Rosaceae [familie]
Prunus [genus] (19/6)
serotina [soort]

Voorkomen

StatusExoot. Minimaal 100 jaar zelfstandige handhaving. (2a)
ExpertOdé, B. (FLORON)

Verspreiding


Verspreidingskaart Amerikaanse vogelkers (1975-2008)
Bron: Florbase 2N

De Amerikaanse vogelkers komt oorspronkelijk uit Noord- en Midden-Amerika waar zij in verschillende variëteiten voorkomt. Het oorspronkelijk verspreidingsgebied omvat het zuidoosten van Canada en het westen van de Verenigde Staten; in Midden-Amerika komt zij voor in de hoger gelegen delen van Mexico. De zuidelijkste groeiplaatsen liggen in het zuidwesten van Guatemala. Binnen het oorspronkelijke verspreidingsgebied komt de soort op zeer uiteenlopende omstandigheden voor en ontbreekt slechts op natte standplaatsen.

Amerikaanse vogelkers komt tegenwoordig, enkele Zuidoost-Europese landen uitgezonderd, in de meeste Europese landen voor (DAISIE 2009).

Amerikaanse vogelkers behoort tot één van de eerste Noord-Amerikaanse soorten die als sierstruik in Europa werden gekweekt. De soort is omstreeks 1630 in West Europa ingevoerd. Tot het eind van de 19e eeuw werd de soort alleen als sierplant gekweekt. Pas vanaf het eind van de 19e eeuw werd de soort uit bosbouwkundige overwegingen op enige schaal van betekenis aangeplant, aanvankelijk vooral voor de productie van kwaliteitshout. In de Verenigde staten levert de boom waardevol hout, de kwaliteit van het in Europa geproduceerde hout was echter van veel mindere kwaliteit. Pas vanaf 1920 vond aanplant op enige schaal in Nederland plaats, met name tussen 1930 en 1940 toen er grote oppervlakten heiden werden bebost. De soort werd aangeplant als brandsingel langs aanplant van grove den en als vulhout voor bodembedekking en -verbetering in jonge aanplant van naaldhoutsoorten. Na de Tweede Wereldoorlog vond er nauwelijks meer aanplant plaats. Al spoedig werd duidelijk dat de Amerikaanse vogelkers zich zeer snel kon verspreiden en zich kon ontpoppen als een geduchte concurrent voor jonge bosaanplant (vandaar de naam bospest). Vanaf de jaren 1950 heeft men met mechanische, chemische en biologische methoden geprobeerd de soort te bestrijden. Het uitroeien van de soort bleek al gauw een illusie. In de periode 1970-1990 verschoof het accent van uitroeien naar het beheersen/gedogen van de soort. In Nederland komt de soort nu algemeen voor op alle zandgronden, zowel op de Pleistocene zandgronden in het oosten van het land als in de duinen in het westen. Uit de gegevens van het Meetnet Functievervulling Bos (vijfde bosstatistiek 2001-2005) blijkt dat de Amerikaanse vogelkers nu in 45 % van de Nederlandse bossen aanwezig is. In het kustgebied heeft de soort zich recent, mede door de geringe aantallen konijnen, sterk uitgebreid in het open duinlandschap.

Verplaatsingen

De zaden worden verspreid door vogels en zoogdieren die de bessen eten. De zaden kunnen door zangvogels over vele honderden meters verplaatst worden. Darmpassage bij zangvogels verhoogt het kiemsucces van de zaden. Zaden die een koeienmaag zijn gepasseerd ontkiemen niet meer.

Bron

Auteur(s)

Odé, B., Beringen, R.