Overslaan en naar de inhoud gaan

Amerikaanse langlob-ribkwal Mnemiopsis leidyi

Foto: Marion Haarsma

Indeling

Mnemiidae [familie]
Mnemiopsis [genus] (1/1)
leidyi [soort]

Voorkomen

StatusExoot. Tussen 10 en 100 jaar zelfstandige handhaving. (2b)
Habitatmarien
ReferentieThe ctenophore Mnemiopsis leidyi A. Agassiz 1865 in coastal waters of the Netherlands: an unrecognized invasion?
ExpertGittenberger, A. (Naturalis Biodiversity Center)

Verspreiding


Verspreidingskaart Amerikaanse ribkwal
Bron: Anemoon

De Amerikaanse langlob-ribkwal leeft van nature langs de Noord- en Zuid-Amerikaanse Atlantische kust. In 1982 werd de soort voor het eerst waargenomen buiten dit gebied, namelijk in de Zwarte Zee (GESAMP 1997, Graham & Bayha 2007, Shiganova & Padov 2006). Van daaruit verspreidde hij zich verder in het zuidoosten van Europa naar de Zee van Azov (1988), de Zee van Marmara (1990), de oostelijke Middellandse Zee (1990) en uiteindelijk de Kaspische Zee (1999) (Ivanov et al. 2000, Shiganova & Padov 2006). Na enkele jaren waarin geen melding werd gemaakt van de uitbreiding van de Amerikaanse lang-lobribkwal, werd de soort voor het eerst in Noordwest Europa waargenomen: in 2005, in zowel de Oslofjord in Noorwegen (Oliveira 2007) als in Denemarken (Tendal et al. 2007). In 2006 werd de soort voor de Oostzeekust van Duitsland (Javidpour et al. 2006), de kust van Zweden (Hansson 2006) en in Nederland vastgesteld (Faasse & Bahya 2006, Tulp 2006). In 2007 werd de soort in Polen (Janas & Zgrundo 2007) en Finland (Huwer et al. 2008) in grote aantallen gevonden.

In Nederland werd de Amerikaanse langlob-ribkwal voor het eerst waargenomen in 2006 in het Grevelingenmeer. Daarna volgden waarnemingen in de Oosterschelde, de Westerschelde, de Waddenzee en de Noordzee. De soort is in deze gebieden de laatste twee jaren algemeen te noemen en wordt vooral waargenomen van juni t/m december.

Verplaatsingen

Binnen Nederland werd de Amerikaanse langlob-ribkwal in 2006 voor het eerst waargenomen in de Waddenzee, de Grevelingen en de Oosterschelde (Faasse & Bayha 2006, Tulp, 2006). Hoe en waar vandaan de soort is ingevoerd, is niet bekend. De soort is voor het eerst met zekerheid in de Oostzee vastgesteld en de soort zou zich van daaruit naar Nederland hebben kunnen verplaatsen. Dit is echter een verplaatsing tegen de reststroom van de getijdebewegingen in. De exotische Amerikaanse zwaardschede heeft zich echter ook vanuit de Duitse bocht tegen de reststroom in verplaatst, maar daar zijn wel enkele jaren overheen gegaan. Het is niet onwaarschijnlijk dat deze soort zich juist vanuit Nederland naar de Oostzee heeft uitgebreid. In onze omgeving liggen immers de grote zeehavens van Antwerpen en Rotterdam en de getijden-reststroom is noordwaards, richting Oostzee. Dat de Amerikaanse langlob-ribkwal eerst in de Oostzee en pas later in Nederland werd geregistreerd, zou kunnen komen doordat de soort jarenlang foutief als kortlob-ribkwal Bolinopsis infundibulum is gedetermineerd. Maar de soort kan ook in de Oostzee aanvankelijk verkeerd zijn geïdentificeerd.

Oliveira (2007) betoogt dat er ook rekening gehouden moet worden met een mogelijke natuurlijke verspreidingsroute naar Europa via de golfstroom vanuit Midden-Amerika en het Noord-Atlantische Stromensysteem. Aangezien de watertemperatuur van dit golfsysteem gedurende de afgelopen vijf jaar door de klimaatsveranderingen 1 °C hoger is geworden dan voorheen, zou dit het mogelijk gemaakt kunnen hebben dat het transport van de Amerikaanse langlob-ribkwal via de Atlantische Oceaan plaatsvond. De soort wordt weliswaar vooral in kuststreken aangetroffen, maar er zijn ook individuen waargenomen in de oceaan, ver weg van de kust. Bij gunstige wind is een overtocht binnen 15 dagen mogelijk en volwassen dieren kunnen in aquaria minstens 17 dagen zonder voedsel overleven (Oliveira 2007).

Toch is het meest aannemelijke scenario dat de verplaatsing van Amerika naar de Nederlandse kustwateren en de Oostzee heeft plaatsgevonden via ballastwater van schepen. Indien de soort met de golfstroom meekomen zou zijn, was het aannemelijk dat de soort eerst in landen als Spanje, Portugal of Engeland zou zijn opgedoken, maar in deze landen is de soort tot op heden nog niet aangetroffen.

Bron

Auteur(s)

Gittenberger, A., Gmelig Meyling, A.W.