Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Gemaskerde erwtenmossel Euglesa personata

Indeling

Sphaeriidae [familie]
Euglesa [genus] (14/12)
personata [soort]

Indeling

Sphaeriidae [familie]
Euglesa [genus] (14/12)
personata [soort]

Schelp 

Ovaal met bijna middenstandige umbo, gelijkmatig gewelfd, dicht met poriën bezet. Periostracum matglanzend. Een duidelijk determinatiekenmerk voor deze soort is een kleine knobbel in de rechterklep, de zgn. ‘callus’ tussen p3 en de ligamentgroeve, en een overeenkomstige knobbel, maar kleiner, in de linkerklep. In tegenstelling tot P. casertanum, die vaak roestbruin geïncrusteerd is door ijzerhydroxide, heeft P. personatum niet zelden een zwarte incrustatie van mangaanoxide. Vandaar de toepasselijke naam personatum (= gemaskerd). Afmetingen: lengte 3,5 mm, hoogte 2,8 mm, diameter 2,1 mm (Ci 37); meestal kleiner. Buiten Nederland zijn wel exemplaren van 4 mm en langer verzameld. 

Variabiliteit 

De variabiliteit van de schelp van P. personatum is in ons land niet groot. Wel kan de callus minder ontwikkeld zijn. Hij is doorgaans geïsoleerd van p3, maar kan er ook mee verbonden zijn. P. personatumlijkt soms op P. obtusale f. aci dicola; ze onderscheiden zich door een duidelijk verschil in glans van het periostracum en, wat het slot betreft, door de callus resp. pseudocallus.

Historie 

Het belangrijke kenmerk van de ‘callus’ wordt niet in de oorspronkelijke beschrijving van Malm genoemd. Het gevolg was dat P. casertanum en P. personatum, die uiterlijk vaak op elkaar lijken, door vele auteurs als dezelfde soort beschouwd werden. Eerst Woodward (1913) maakte op het cal luskenmerk opmerkzaam. Dat Dorsman & De Wilde (1929) niet wisten wat ze eigenlijk met P. personatum aan moesten, mag hun niet aangerekend worden. Hun interpretatie van ‘P. pusillum = personatum’ is verkeerd. Pas Van Benthem Jutting (1943) zette P. personatum op het juiste spoor, gaf een voortreffelijke afbeelding en vermeldde de soort van 29 gemeenten. Als ‘oudste opgave voor Nederland’ wordt Sikes (1910) genoemd. Zijn bij Heeg verzamelde materiaal heeft J.G.J. Kuiper in het Natural History Museum te Londen ingezien. Het bleek uit vier exemplaren te bestaan, behorende tot vier soorten, waaronder geen P. personatum
P. casertanum en P. personatum hebben hun eigen oecologische karakteristieken en geografische arealen die elkaar niet helemaal dekken. Er is enige oefening nodig om deze soorten, die vaak dezelfde biotoop bewonen, zonder slotonderzoek uiteen te houden, maar in 90% van de gevallen lukt dat wel

Bron

Auteur(s)

Vries, J.N. de, Velde, G. van der, Meijer, T., Kuiper, J.G.J., Kuijper, W.J., Janssen, A.W., Gittenberger, E.

Publicatie