Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Brakwaterkokkel Cerastoderma glaucum

Foto: Wijnand van Buuren

Indeling

Cardiidae [familie]
Cerastoderma [genus] (2/2)
glaucum [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatbrak
ReferentieSchelpdieren van het Nederlandse Noordzeegebied
ExpertGittenberger, A. (Naturalis Biodiversity Center)

Recente verspreiding

Cerastoderma glaucum komt in Nederland nog op enkele plaatsen voor. Vóór de afsluiting was de Zuiderzee één van de grootste wateren in West-Europa waar de brakwaterkokkel algemeen voorkwam. Door verzoeting (o.a. in delen van Noord-Holland) en vervuiling is de soort op vele plaatsen verdwenen. Daar staat tegenover dat er enkele nieuwe brakwatergebieden in de afgelopen decennia ontstaan zijn. Zo leven er nu bijv. brakwaterkokkels in het Veerse Meer, het Grevelingenmeer en het Oostvoornse Meer. Uit de periode 1950-1989 is het voorkomen bekend van enkele tientallen binnendijkse wateren in Zuidwest-Nederland. Een buitendijks voorkomen is bekend van Schiermonnikoog, waar een populatie van deze soort leeft (of leefde) in plasjes en in een slenk op de Oosterkwelder. De soort kan talrijk zijn. In de vroegere Zuiderzee werden in het Buiten IJ tot 110 individuen per 0,2 m2 gevonden. In Denemarken zijn dichtheden tot enkele duizenden dieren per m2 waargenomen.

Areaal

In brakwatergebieden langs de West- en Zuid-Europese kusten. Volgens De Boer & De Bruyne (1991) heeft C. glaucum een groot verspreidingsgebied, van het arctische gebied, de Oostzee en de Noordzee, langs de Atlantische kust tot bij Afrika.

Fossiel voorkomen

Bekend uit bijna alle interglacialen waaruit ook mariene afzettingen bekend zijn: Tiglien, Interglaciaal van Noordbergum, Holsteinien, Eemien en Holoceen. Exemplaren uit het Eemien kunnen een wat afwijkende vorm hebben, met een zware schelp en een sterk geprononceerde umbo. De molluskenassociatie waarin C. glaucum in het Eemien wordt aangetroffen verschilt in veel gevallen opvallend van de Holocene. De laatste is altijd arm aan soorten en duidt veelal op verlaagd zoutgehalte of extreme omstandigheden. De Eemien-associaties zijn veel rijker en duiden op stabielere omstandigheden waarin het zoutgehalte niet verlaagd hoeft te zijn. Dit verschil zou verklaard kunnen worden uit de watertemperatuur, die in de Eem-Noordzee vrijwel zeker hoger was dan tijdens het Holoceen. De voor de voortplanting vereiste watertemperatuur zou in het Holoceen en in de huidige tijd alleen bereikt kunnen worden in ondiep of geïsoleerd water.

Plaatselijk komt Cerastoderma glaucum algemeen voor in brakwaterafzettingen (vooral kleien) in het hele Nederlandse kustgebied. Daar deze afzettingen op enkele plaatsen aan het oppervlak komen is het mogelijk dat bodemmonsters exemplaren of losse kleppen van fossiel materiaal bevatten. Dit is bijv. het geval in de plasjes achter de Hondsbossche Zeewering in Noord-Holland.