Overslaan en naar de inhoud gaan

Muiltje Crepidula fornicata

Foto: Petra Fleurbaaij

Indeling

Calyptraeidae [familie]
Crepidula [genus] (1/1)
fornicata [soort]

Exotenpaspoort ?

Reële kans op vestiging? Ja
Betrouwbaarheid beoordeling Grote mate van zekerheid (meerdere bronnen)
Toelichting op beoordeling door soortexpert (Nederlands) Waarnemingen zijn steeds met zekerheid door experts vastgesteld.
Vestigingsstatus Gevestigd
Zeldzaamheid Zeer algemeen
Invasiviteit Invasief
Invasiviteit (toelichting) Het Muiltje komt oorspronkelijk uit het oosten van Noord-Amerika, van de Golf van St. Lawrence tot het Caribisch gebied. De soort is rond 1920 met oesters naar de Europese kusten vervoerd. Ook daarna is aangetoond dat de soort via scheepsrompen en met mosselzaad Europa vanuit andere delen van de wereld heeft weten te bereiken. Het Muiltje is invasief en komt buiten het oorspronkelijke verspreidingsgebied op veel plaatsen voor in grote aantallen. De dieren blijken zich in uiteenlopende brakke en mariene habitats te kunnen vestigen. De dieren groeien snel en worden circa 7 tot 10 jaar oud. Ze hebben een hoge vruchtbaarheid (vrouwtjes kunnen honderden eikapsels produceren met elk 200-400 eieren). De larven zwemmen tot 28 dagen in het water en kunnen zich over een grote afstand verspreiden met behulp van stromingingen (Blanchard 1997, De Bruyne et al. 2013, Jensen 2010)
Type introductie Niet opzettelijk
Jaar van eerste introductie 1926
Jaar van eerste melding 1942
Natuurlijke verspreiding Noordelijke Atlantische Oceaan
Verspreiding in Nederland
  • Friesland
  • Groningen
  • Noord-Holland
  • Zuid-Holland
  • Zeeland
  • Verspreiding in Nederland (toelichting) De eerste schelpen van deze soort zijn in Nederland waargenomen in 1922 bij Hoek van Holland (Heerebout, 2006), de eerste levende exemplaren werden gevonden in Zandvoort in 1926 (Wolff & Reise 2002: 197, Korringa 1942). De eerste autochtone exemplaren in de Oosterschelde werden gevonden in 1929 (Van Benthem Jutting 1933, Bremer 1943). Na min of meer stabiel te zijn geweest of zelfs te zijn afgenomen tussen 1960-2005, is de bevolkingsdichtheid in de Waddenzee en elders aan de Nederlandse kust sinds 2005 toegenomen (De Bruyne et al. 2013). In 2017 wordt een sterke toename vast gesteld in de Oosterschelde waar de soort plaatselijk massaal voorkomt. Vanaf 2018 wordt een toename vastgesteld in de nabije kustzone van de Noordzee (Bron: Stichting ANEMOON).
    Habitats
  • Mariene habitats
  • Estuaria en brakwatergebieden
  • Wijze van introductie
  • Visserij
  • Aquacultuur
  • Contaminant op dieren
  • Ballastwater schip/boot
  • Aangroei op scheepsrompen
  • Onderling verbonden waterwegen/bassins/zeeën
  • Impact
  • Concurrentie
  • Sociaal-economisch
  • Ecologische impact (toelichting) De belangrijkste impact die het Muiltje in het milieu heeft is de biodepositie van faeces en pseudo-faeces. Het jaarlijkse totaal aan biodepositie is bijna drie keer zo hoog als de totale biomassa (Ehrhold et al., 1998), hetgeen invloed heeft op de groei van oesters en mossels. De soort concurreert met kweekproducten (tweekleppigen) voor ruimte en voedsel (Montaudouin et al., 1999; Decottignies et al., 2007). In de Waddenzee is de sterfte op mosselbedden met Crepidula hoger, terwijl ook de groei wordt belemmerd (Thieltges, 2005b). Tot de positieve impact behoort het feit dat de filteractiviteiten algenbloei tegengaan (Ragueneau et al., 2002) en dat predatie door de Zeester Asterias rubens op mossels met Muiltjes afneemt (Thieltges, 2005a). De soort wordt bovendien gegeten door vogels en andere organismen.
    Economische impact (toelichting) Er zijn geen studies bekend waaruit blijkt dat het Muiltje in Nederland een grote economische impact heeft op aquacultures. Het ligt echter voor de hand dat het Muiltje op deze aquacultures wel een negatieve invloed kan hebben.

    Publicaties