Overslaan en naar de inhoud gaan

Grote poelslak Lymnaea stagnalis

Foto: Marion Haarsma

Indeling

Lymnaeidae [familie]
Lymnaea [genus] (1/1)
stagnalis [soort]

Schelp

Ongeveer tweemaal zo hoog als breed. Met tot 8 windingen, gescheiden door een duidelijke, maar ondiepe sutuur; de topwindingen afgevlakt, regelmatig in grootte toenemend, de laatste winding sterk verwijd en opgeblazen. Hier­door vormen de oudere omgangen een slanke spits, terwijl de laatste omgang ongeveer ¾ van de totale schelphoogte inneemt en meestal duidelijk geschouderd is. Mondopening breed ovaal, onderaan rond, bovenaan hoekig, ongeveer de helft van de totale schelphoogte innemend. Mondrand dun en scherp, aan de pariëtale zijde met een dunne callus. Navel gesloten. Sculptuur bestaande uit fijne groeilij­nen met zelden een oude mondrand; de laatste omgang soms met grove, onregelmatige, ver uiteen liggende spiraalribbels (hamerslagsculptuur). Geelachtig bruin, soms iets groenachtig. De schelp is vaak bedekt met een donkere aanslag.

Juveniele schelpen missen de opgeblazen laatste omgang en zijn dus veel slanker. Ze kunnen van alle andere Lymnaea-soorten worden onderscheiden doordat de windingen vrij vlak en hooggerekt zijn. De soort varieert vooral in de hoog­te van de laatste omgang t.o.v. de hele schelp. Korte gedrongen exemplaren komen voor, evenals hoge slanke.

Afmetingen: hoogte tot 70 mm, breedte tot 33 mm.

Dier

Kop zonder snuit. Voorkant van de voet recht afgesneden, achteraan afgerond, tamelijk breed en groot. De mantel heeft geen aanhangsels en is bijna helemaal in de schelp teruggetrokken. De dieren zijn meestal donkergrijs, met gelige pigmentvlekjes, terwijl de mantel zwarte vlekken of een netvormige tekening vertoont, die soms (vooral bij juvenielen) door de schelp heen zichtbaar is. Het terminale deel van de prostaat toont op doorsnede vele secundaire smalle vouwen (Jackiewicz 1992b). Zie Hubendick (1951b) en Jackiewicz (1992a) voor een uitvoerige beschrijving van o.a. het genitaalapparaat, en Jackiewicz (1993) voor een beschrijving van de pigmentatie van de mantel.

Deze soort is al gedurende vele jaren onderwerp van onderzoek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam; tal van aspecten krijgen daarbij de aandacht, van neurofysiologie en voortplantingsbiologie tot anatomie.

Bron

Auteur(s)

Vries, J.N. de, Velde, G. van der, Meijer, T., Kuiper, J.G.J., Kuijper, W.J., Janssen, A.W., Gittenberger, E.

Publicatie