Overslaan en naar de inhoud gaan

Grote poelslak Lymnaea stagnalis

Foto: Marion Haarsma

Indeling

Lymnaeidae [familie]
Lymnaea [genus] (1/1)
stagnalis [soort]

Levenscyclus

L. stagnalis plant zich voort van eind april of mei tot begin oktober (Heitkamp 1982). Er zijn één tot twee generaties per jaar. De eikapsels bestaan uit worstvormige gelatineuze snoeren, tot 75 mm lang en 8 mm breed, die ruim 200 eieren kunnen bevatten. De legsels worden op een vast substraat afgezet, vooral op de onderkanten van drijfbladeren. Een paring is voldoende om drie tot vier bevruchte eisnoeren af te zetten. Na ca. 10 dagen komen de jongen uit en hebben dan een schelpje van 1 tot 2 windingen met een hoogte van 0,8 mm. De juveniele dieren groeien snel op tot een slank horentje; ze krijgen pas in het tweede levensjaar de opgeblazen eindwinding. Vóór dat eindstadium zijn ze geslachtsrijp; de in mei uitgekomen slakken copuleren al vanaf augustus in hetzelfde jaar. De slakken produceren eieren als ze 3 maanden oud zijn. De eikapsels zijn dan klein en bevatten niet meer dan 4-12 eieren, die vaak niet bevrucht zijn. Als de slakken 5-6 maanden oud zijn maken ze eikapsels van 15x3-4 mm, met 25-50 eieren. Pas bij een leeftijd van 20 maanden worden de genoemde grootste eisnoeren gelegd. Kruisbevruchting zowel als zelfbevruchting komen voor. Bij kruisbevruchting fungeren de slakken afwisselend als mannetje en wijfje. De maximum leeftijd is 6-7 jaar (Frömming 1956, Heitkamp & Zemella 1988).

Voedsel

De slakken zijn omnivoor, maar eten toch vooral algen en hogere planten. Bovendien wordt de biofilm aan het water­oppervlak afgegraasd. Ook dierlijk voedsel in de vorm van levende en dode slakken en dode insecten (vliegen en muggen) wordt gegeten. Variatie in het voedsel, d.w.z. het eten van diverse plantensoorten, is het gunstigst voor de groei. De slakken groeien dan beter dan op een dieet van uitsluitend dierlijk voedsel. Op dood blad groeien ze slechter (Fröm­ming 1956). Gaevskaya (1969) geeft een lijst van 40 soorten hogere planten, waarvan is aangetoond dat L. stagnalis ze eet. De slakken zijn dus weinig kieskeurig, al is er wel een voorkeur voor bijv. witte waterlelie (Nymphaea alba) boven gele plomp (Nuphar lutea)(Smits Et Al. 1994). Door hun vraatzucht kunnen ze waterplanten in tuinvijvers en aquaria ontsieren.

Bron

Auteur(s)

Vries, J.N. de, Velde, G. van der, Meijer, T., Kuiper, J.G.J., Kuijper, W.J., Janssen, A.W., Gittenberger, E.

Publicatie