Overslaan en naar de inhoud gaan

Gewone schijfhoren Planorbis planorbis

Foto: Dick Belgers

Indeling

Planorbidae [familie]
Planorbis [genus] (2/2)
planorbis [soort]

Schelp

Ongeveer 5x zo breed als hoog. Bovenzijde vlak of zwak ingezonken, onderzijde in het midden iets ingezonken. Tot 6 windingen, die geleidelijk in grootte toenemen en aan de bovenzijde afgeplat, aan de onderzijde sterk gebogen zijn. Laatste winding met een scherpe, draadvormige kiel, die langs de bovenzijde van de windingen ligt of iets daaronder. Bij jonge exemplaren is deze kiel nog afwezig of onduidelijk. Ook bij half volwassen dieren is dit soms het geval. Bij de mondopening gemeten neemt de laat­ste winding aan de onderzijde minder dan 2/7 van de doorsnede in en is er bijna dubbel zo breed als de voorlaatste. Mondopening ongeveer even breed als hoog; de onderzijde hecht zich iets boven de onderkant van de voorgaande winding aan, de bovenzijde hecht zich tegen de kiel aan de bovenkant. Oppervlak glad met fijne regelmatige streepjes (iets grover dan bij P. carinatus), soms met fijne spiraallijntjes.

De belangrijkste verschillen t.o.v. P. carinatus zijn de hogere ligging van de kiel en de relatief smallere laatste omgang.

Afmetingen: breedte tot ca. 20 mm, hoogte tot ca. 4 mm (meestal kleiner).

Dier

De slakken zijn donker grijsbruin van kleur. De tentakels hebben dezelfde kleur als het lichaam. Zie Baker (1945) en fig. 341 voor een beschrijving en afbeelding van de genitalia.

Opmerkingen

Op de binnenzijde van de schelpwand bevindt zich een sculptuur van fijne pukkeltjes die volgens de groeilijnen gerangschikt zijn. Deze sculptuur is grover dan die bij Anisus vortex. Zie ook de opmerking bij Bathyomphalus contortus.

Bron

Auteur(s)

Vries, J.N. de, Velde, G. van der, Meijer, T., Kuiper, J.G.J., Kuijper, W.J., Janssen, A.W., Gittenberger, E.

Publicatie