Overslaan en naar de inhoud gaan

Posthorenslak Planorbarius corneus

Foto: Marion Haarsma

Indeling

Planorbidae [familie]
Planorbarius [genus] (1/1)
corneus [soort]

Levenscyclus

De eiafzetting vindt plaats bij temperaturen boven 12°c. Het eikapsel bestaat uit een ronde schijf, die tot 30 mm in diameter en 5 mm dik kan zijn. Het legsel wordt op een vlak substraat gekleefd, of om plantenstengels afgezet; in het laatste geval ontstaan er buisvormige eikapsels. De eieren zijn cirkelrond of door onderlinge druk, als er erg veel zijn, veelhoekig en 2 mm in doorsnede. De eikapsels kunnen tot 100 eieren bevatten. De zich ontwikkelende embryo’s maken het legsel roodachtig van kleur. De jongen komen na 15-18 dagen uit. Het 2 mm grote diertje is dan lichtrood en heeft een vuilwitte halfcirkelvormige schelp met duidelijke groeilijnen en fijne verheven spiralen, die samen een netvormige sculptuur vormen. Na 10-12 dagen is er een tweede winding gegroeid, met spiraalstrepen en dicht opeen staande kleine wratten, elk met een zachte korte borstel. Bij het eerstejaars groeistadium waarbij de schelp 12 mm in doorsnede is, zijn de wratten al afgesleten of door een slibkorst overdekt. Na 3 maanden kunnen de slakken gegroeid zijn tot 11-15 mm schelpdoorsnede. Gedurende de winter, tot maart-april, stopt de groei. Bij de eerste eilegperiode, in mei, worden minder eieren geproduceerd dan in het 2e en 3e jaar. De grote exemplaren produceren de zeer grote eikapsels. De slakken worden 2-4 jaar oud; in aquaria bereiken ze zelfs een leeftijd van 5 jaar (Fröm­ming 1956, Berrie 1963). Costil & Daguzan (1995) constateerden echter tijdens een populatiestudie dat de soort per jaar twee generaties (lente, herfst) heeft en een maximale leeftijd bereikt van 21 maanden.

Voedsel

Het voedsel bestaat uit algen (vooral de jonge dieren voeden zich hiermee), zachte levende waterplanten zoals fonteinkruiden, en vooral verwelkte en rottende waterplantendelen. Bovendien wordt aas, zoals dode slakken, vissen, kikkers, etc. gegeten (Frömming 1956). Gaevskaya (1969) geeft een opsomming van de planten waar de dieren zich mee voeden, en noemt een voorkeur voor kroos (Lemnaceae).

Bron

Auteur(s)

Vries, J.N. de, Velde, G. van der, Meijer, T., Kuiper, J.G.J., Kuijper, W.J., Janssen, A.W., Gittenberger, E.

Publicatie