Overslaan en naar de inhoud gaan

Gladde slang Coronella austriaca

Foto: Bert de Ruiter

Indeling

Colubridae [familie]
Coronella [genus] (1/1)
austriaca [soort]

Inventarisatie

De gladde slang staat bekend als een lastig te inventariseren soort. De geringe trefkans wordt veroorzaakt doordat de soort meestal snel weer onder de vegetatie verdwijnt na voldoende door de zon te zijn opgewarmd. Ook warmt de gladde slang zich vaak indirect op door onder opwarmend materiaal te gaan liggen. Bovendien kruipt de gladde slang veel rustiger weg dan bijvoorbeeld de ringslang en hagedissen, waardoor er nauwelijks een ritselend geluid in de vegetatie hoorbaar is.

Op zonnige, warme dagen is de kans een gladde slang te zien gering. De meeste kans bieden enigszins bewolkte, niet te warme dagen (circa 18°C), in het bijzonder na een periode met slecht weer. De beste tijd van de dag is de vroege ochtend en de namiddag en avond. In het voor- en najaar is de soort ook midden op de dag zonnend aan te treffen. Voor het waarnemen van volwassen dieren zijn de maanden juli en augustus zeer geschikt. September is de beste maand om jongen te vinden (Feenstra 2000, Keijsers 2000, Keijsers & Lenders 2005). Het zoeken van gladde slangen gebeurt door stapvoets het terrein af te lopen en regelmatig stilstaand structuurrijke randen en hellinkjes af te speuren. Het zoeken naar jonge gladde slangen dient voorzichtig te gebeuren, omdat ze nauwelijks opvallen en dus gemakkelijk vertrapt kunnen worden. Na het vinden van een jonge slang moet men dan ook stoppen en nauwkeurig de directe omgeving afspeuren naar andere jonge slangen.

De trefkans kan aanzienlijk worden verhoogd door het omdraaien van allerlei voorwerpen zoals boomstammen en afval. Het uitleggen van stukken golfplaat of dakpannen kan ook bijzonder goede resultaten opleveren. In diverse onderzoeken met deze platen werden tot 97% van de waargenomen gladde slangen onder de platen gevonden (Blanke 2006, Braithwaite et al. 1989, Reading 1997). Ook in Nederland is inmiddels met succes met golfplaten en dakpannen geëxperimenteerd (Werkgroep Monitoring 2005a).

In Noord-Brabant zijn goede resultaten bereikt met het plaatsen van oproepen in streekbladen en het bevragen van vogelaars, jagers, boeren en wandelaars. Dergelijke waarnemingen dienen uiteraard wel goed gecontroleerd te worden (Van Delft 1998).

Het verspreidingsbeeld van de gladde slang is in grote lijnen in kaart gebracht, maar regelmatig worden nog verrassende vondsten gedaan. Goed zoeken op oude vindplaatsen en op geschikte heideterreinen kan nieuwe vindplaatsen aan het licht brengen.

Bron

Auteur(s)

Keijsers, P.L.G., Delft, J.J.C.W. van

Publicatie

  • Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.