Overslaan en naar de inhoud gaan

Zandhagedis Lacerta agilis

Foto: Dick Belgers

Indeling

Lacertidae [familie]
Lacerta [genus] (3/2)
agilis [soort]

Begeleidende soorten

Vooral hazelworm en levendbarende hagedis komen opvallend vaak voor in kilometerhokken met zandhagedissen. Dit geldt in mindere mate ook voor gladde slang en rugstreeppad. Het zijn soorten van open bos- en heidegebieden en de rugstreeppad ook van de duinen. Deze laatste soort heeft evenals de zandhagedis een voorkeur voor habitat met voldoende kaal zand. De zandhagedis is, evenals de gladde slang, in staat om ook in droge gebieden zijn vochthuishouding goed te reguleren en hij kan zich hier ook succesvol voortplanten. Dit in tegenstelling tot de levendbarende hagedis, die minder goed in staat is zijn vochthuishouding te reguleren (Lenders (HJR) 1990, Marijnissen & Vergeer 1986, Strijbosch & Creemers 1988). Door zijn uitgesproken voorkeur voor de droge delen van heideterreinen is de zandhagedis minder vaak samen met vochtminnende reptielensoorten als adder en ringslang aangetroffen. Bovendien komen beide laatstgenoemde soorten in een groot deel van zijn verspreidingsgebied, namelijk de duinen, niet voor.

De verspreiding van met name de groene kikkers vertoont weinig overlap met de verspreiding van de zandhagedis. Zij komen vooral voor in waterrijke landschappen op veelal voedselrijkere gronden.

Voedsel

De samenstelling van het voedselpakket van de zandhagedis varieert, als gevolg van de wisselende beschikbaarheid van prooidieren, gedurende het seizoen en in verschillende vegetatietypes. Het bestaat vrijwel uitsluitend uit geleedpotige dieren, waarbij soorten uit de volgende diergroepen de hoofdmoot uitmaken: spinnen, cicadeachtigen, sprinkhanen, vliesvleugelige insecten, kevers en vlinders en hun rupsen. Ook prooisoorten die door vele andere insecteneters gemeden worden, zoals pissebedden, loopkevers, vuurwantsen, lieveheersbeestjes, wespen, bijen en mieren, staan af en toe op het menu, maar behoren niet tot het reguliere voedselpakket.

Bij een onderzoek aan uitwerpselen in de duinen van Voorne bleek het merendeel van het dieet van zandhagedissen te bestaan uit snuitkevers (25%), spinnen (19%), vliegen (14%), haantjes (11%), kniptorren (5%), wantsen (4%) en sprinkhanen (4%) (Van Leeuwen & Van de Hoef 1976). Een gelijksoortig onderzoek aan zandhagedissen in de Hamert toonde aan dat webspinnen, kevers en in iets mindere mate de cicadeachtigen, wantsen en mijten de belangrijkste prooidiergroepen waren, tezamen circa 75% (Cox et al. 1983).

Kannibalisme van eieren en juvenielen komt voor, maar is zeldzaam (Elbing et al. 1996).

Predatoren

Als dagactieve kleine gewervelde kent de zandhagedis een breed scala aan predatoren. Strijbosch (1981a) geeft een overzicht van predatoren, waarvan is vastgesteld dat deze hagedissen eten. Vooral vogels spelen daarbij een belangrijke rol, met name reigers, roofvogels (in Nederland vooral buizerd en torenvalk), uilen, klauwieren en kraaien.

Van de insectenetende zoogdieren is vooral de egel bekend als predator van hagedissen. Ook van marterachtigen is bekend dat ze soms een hagedis eten. In de omgeving van huizen zal predatie door huiskatten optreden (De Jong 1998).

Voor de gladde slang en in mindere mate ook de adder, kunnen (jonge) hagedissen belangrijke prooien zijn. Juveniele hagedissen zijn nauwelijks groter dan een fors insect en worden dan ook gegeten door een breed scala aan insecteneters, zoals spitsmuizen, grotere loopkevers, kikkers, padden en lijsters en zelfs volwassen soortgenoten.

De vos staat vooral in het duingebied bekend als een belangrijke predator van zandhagedissen en hun eieren (Van de Vliet 1994). In Engeland is waargenomen dat een mol doelgericht de eieren van zandhagedissen opzocht. Predatie door wilde zwijnen kan aanzienlijke vormen aannemen. Zij zoeken op eiafzetplekken gericht naar eieren (Martens & Spaargaren 1988). Hierbij worden ook de opgegraven reptielen gegeten. Door het gewoel ontstaan echter ook nieuwe eiafzetplekken.

 

Bron

Auteur(s)

Groenveld, A.

Publicatie

  • Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.