Overslaan en naar de inhoud gaan

Levendbarende hagedis Zootoca vivipara

Foto: Marlies Bakker

Indeling

Lacertidae [familie]
Zootoca [genus] (1/1)
vivipara [soort]

Inventarisatie

Het opsporen van de levendbarende hagedis gebeurt bij voorkeur tussen 9.00 en 12.00 uur ’s morgens op dagen met zonnig, niet te heet weer. Dit dan vooral in de voortplantingstijd (april-mei), omdat dan relatief veel dieren actief zijn. Zeker moet gezocht worden op de eerste zonnige dag na enkele dagen van donker of regenachtig weer, want op zo’n dag zijn vrijwel alle aanwezige dieren extra actief. Midden op de dag is er in de zomermaanden meestal sprake van enige afname in de bovengrondse activiteit, maar in de namiddag tussen 17.00-19.00 uur is er dan weer een opleving.

Bij het zoeken moet gelet worden op de aanwezigheid van bepaalde structuren in het landschap, bijvoorbeeld geïsoleerde bomen of struiken in overigens eentonige heiden of schraalgraslanden, randen van open plekjes in overigens gesloten vegetaties, randen van kuilen of greppels, langs bulten of walletjes, een houtstapel of een omgevallen boomstam.

De levendbarende hagedis ziet en hoort bijzonder goed en is bovendien zeer gevoelig voor bodemtrillingen. Daarom moeten bij het zoeken snelle bewegingen en bodemtrillingen vermeden worden. Houdt men deze regels in acht, dan zijn de meeste dieren tot op korte afstand te benaderen, omdat ze vaak sterk op hun schutkleur vertrouwen. Verder is het van groot belang, dat men het ritselende geluid van een wegvluchtende hagedis leert herkennen. Het wegschieten onder en tussen de vaak dorre vegetatie in hun habitat veroorzaakt een karakteristiek geritsel dat na enige oefening gemakkelijk herkend kan worden. Dat leidt vaak tot zichtwaarnemingen, die anders zeker gemist zouden zijn.

Soms vindt men ook resten van een vervellingshuid, die door de sterk gekielde schubben als van de levendbarende hagedis herkend kunnen worden. Verder kunnen resten gevonden worden in de keutels van bijvoorbeeld vossen of in braakballen van roofvogels.

Ten slotte maken levendbarende hagedissen soms gebruik van door mensen aangeboden schuilplaatsen zoals uitgelegde planken of stukken golfplaat. Ze zijn er overigens vaker zonnend op aan te treffen dan rustend eronder. Een soortgelijk gebruik kan gemaakt worden van weipalen, die in hun grazige omgeving vaak en volop als zonplekjes fungeren (Van den Munckhof 1982, Tilmans 1998).

Strijbosch (2008) beschrijft een eenvoudige methode om met een geringe inspanning vrij betrouwbare schattingen van een populatiegrootte te maken.

Bron

Auteur(s)

Strijbosch, H.

Publicatie

  • Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.