Overslaan en naar de inhoud gaan

Levendbarende hagedis Zootoca vivipara

Foto: Marlies Bakker

Indeling

Lacertidae [familie]
Zootoca [genus] (1/1)
vivipara [soort]

Begeleidende soorten

Alle amfibieën- en reptielensoorten kunnen gezamenlijk met de levendbarende hagedis worden aangetroffen. De levendbarende hagedis is dan ook de reptielensoort met de wijdste verspreiding in Nederland en bovendien de breedste habitatkeuze. Belangrijke karakteristieke begeleiders zijn heikikker, hazelworm en adder. Het zijn soorten die vooral worden aangetroffen in (vochtige) heiden en hoogveen, maar ook in open bosgebieden. De levendbarende hagedis komt bijna overal in zijn Europese verspreidingsgebied samen met de adder voor. Dat gaat in Nederland niet altijd op, omdat de adder meer ruimte nodig heeft om te overleven en daardoor afwezig is op veel plekken waar de levendbarende hagedis wel ruimte genoeg heeft. Bovendien zijn grote delen van het areaal van de levendbarende hagedis in Nederland niet bezet door de adder, zoals Noord-Brabant en delen van Limburg. Ook de gladde slang heeft grote gebieden nodig.

Het samen voorkomen van levendbarende hagedis en zandhagedis is uitgebreid onderzocht. Zulke mengpopulaties kunnen alleen stabiel zijn wanneer de habitat een mozaïek van drogere en vochtigere plekjes en een ruim voedsel¬aanbod heeft. Het samen voorkomen met ‘concurrerende’ amfibieën als heikikker en soms rugstreeppad wordt mogelijk gemaakt door scheiding in voedselkeuze en dagritmiek (GLANDT 1977, 1979, MöLLER 1996, STRIJBOSCH 1986, 1992, STRIJBOSCH & CREEMERS 1988).

Voedsel

Het voedsel van de levendbarende hagedis bestaat voor 95-99% uit geleedpotigen. Soms worden ook slakken en wormen gegeten. De meest gegeten prooien zijn spinnen, cicaden en bladluizen, vliegen, kevers (met name kortschildkevers) en rupsen. De samenstelling van het menu is sterk afhankelijk van het lokale aanbod aan prooidieren en kent daardoor aanzienlijke variaties in tijd en ruimte. Zo kunnen bijvoorbeeld spinnen in het vroege voorjaar, wanneer er nog weinig andere geleedpotigen actief zijn, tijdelijk meer dan 80% van het menu uitmaken. De voedselkeuze is bovendien afhankelijk van de grootte van de hagedis en zelfs van het geslacht. Zo eten jonge dieren relatief meer en kleinere prooien dan volwassen dieren en dit geldt ook voor vrouwtjes ten opzichte van mannetjes. Drachtige vrouwtjes gedragen zich echter meer als mannetjes, ze nemen minder maar grotere prooidieren. Het voedsel van de levendbarende hagedis is in Europa uitgebreid onderzocht (Avery 1966, Itämies & Koskela, 1971, Koponen & Hietakangas 1972, Möller 1996, Pilorge 1982, Sîrbu 1977, Strijbosch 1986). Uit al deze onderzoeken komen naast een grote diversiteit aan prooidieren enkele merkwaardige constantheden naar voren. Zo blijken spinnen vrijwel overal en altijd een vast onderdeel van het voedselpakket te vormen van ongeveer 30%, terwijl dit in iets geringere mate ook opgaat voor cicaden.

De dagelijkse consumptie bedraagt volgens Avery (1971, 1973) circa 0,5 g. Volgens Möller (1996) wordt door adulten dagelijks gemiddeld 17 mg droge stof opgenomen, door jonge dieren 13 mg. Gecorrigeerd voor de jaarritmiek en voor dagen met slecht weer kwam hij bij volwassen dieren tot een schatting van een jaarlijkse opname van 2-3,5 g droge stof. Dit komt neer op 60-100 g prooidieren per jaar (versgewicht).

Predatoren

Over de predatoren van de levendbarende hagedis is aanzienlijk minder bekend dan over zijn prooidieren. Toch zijn er in de literatuur enkele bruikbare overzichten te vinden (Kabisch & Belter 1968, Osenegg 1995, Strijbosch 1981a). Het is duidelijk, dat deze kleine hagedis op het menu staat van een flink aantal zoogdier- en vooral vogelsoorten, maar geen van deze predatoren is echt gespecialiseerd in de jacht op deze soort. Strijbosch (1981a) noemt voor Nederland

67 vogelsoorten die meer of minder frequent hagedissen eten. Bij 15 hiervan is dat ook te herleiden tot het eten van levendbarende hagedissen. De belangrijkste zijn roofvogels zoals kiekendieven, buizerd en torenvalk, en verder klauwieren en kraaien. De lijst omvat 22 soorten zoogdieren, waarvan er 14 direct aan de levendbarende hagedis gekoppeld konden worden. De belangrijkste zijn vos, marterachtigen en wild zwijn en huisdieren als kat en hond. Ook reptielen zijn belangrijke predatoren; met name gladde slang en adder eten regelmatig hagedissen. Ook van hazelworm, zandhagedis en ringslang is dit aangetoond. Verder verorberen grote kikkers en padden soms een levendbarende hagedis en is er ook een aangetroffen in de maag van een beekforel. Juvenielen blijken het slachtoffer te kunnen worden van vleesetende planten zoals de ronde zonnedauw.

Bron

Auteur(s)

Strijbosch, H.

Publicatie

  • Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.