Overslaan en naar de inhoud gaan

Adder Vipera berus

Foto: Hans van der Meulen

Indeling

Viperidae [familie]
Vipera [genus] (2/1)
berus [soort]

Inventarisatie

Adders zijn het beste te vinden in het voor- en najaar. In deze perioden liggen de dieren veel te zonnen in de buurt van de overwinteringsplaatsen. In het voorjaar is de vegetatie nog laag en zijn de dieren relatief gemakkelijk te zien. Daarnaast zijn de adders vrij goed te vinden tijdens de paartijd, van eind april tot medio mei. In deze periode zijn de mannetjes actief op zoek naar vrouwtjes en vinden de adderdansen plaats. Tijdens deze activiteiten bewegen vooral de mannetjes veel, waardoor ze beter opvallen. Vanaf half augustus kunnen juveniele adders gevonden worden in de buurt van de overwinteringsplaatsen.

Het optimale weer om adders te vinden is dunne sluierbewolking met zwakke zoninstraling en niet te hoge temperaturen (12-18°C). Bij hogere temperaturen zijn adders snel opgewarmd en verschuilen ze zich onder de vegetatie, waardoor ze vrijwel niet meer te vinden zijn. Ook bij harde wind en neerslag zijn adders moeilijk waarneembaar.

Het zoeken naar vervellingshuidjes kan ook veel waarnemingen opleveren. De huidjes blijven langere tijd tussen de vegetatie liggen en kunnen onafhankelijk van het weer worden gezocht.

Een voor reptielen steeds meer toegepaste inventarisatiemethode is het creëren van kunstmatige schuilplaatsen door het uitleggen van metalen of houten platen. Barker & Hobson (1996) en Reading (1997) vinden deze methode voor het inventariseren van hazelworm en gladde slang wel goed werken, maar niet voor de adder. Een onderzoek in gebieden van Natuurmonumenten laat echter zien dat de adder wel degelijk regelmatig onder plaatjes is aan te treffen (Werkgroep Monitoring 2005a). Presst (1971) gebruikte tijdens een studie in Zuid-Engeland met succes vallen om adders te vangen. Deze vallen bestonden uit fuiken van gaas met geleidende rasters.

Adders zijn individueel herkenbaar aan de hand van de aantallen en positie van hun kopschilden. De kop dient van bovenaf gefotografeerd te worden en met behulp van de zogenaamde ‘kopschildenformule’ kan het patroon systematisch worden genoteerd (Janssen 2006, Lenders 2000b).

Bron

Auteur(s)

Hoof, P.H. van, Janssen, P.

Publicatie

  • Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.