Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Gierzwaluw Apus apus

Foto: Wijnand van Buuren

Indeling

Apodidae [familie]
Apus [genus] (5/1)
apus [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieAtlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000

Gierzwaluwen bezetten driekwart van de atlasblokken en ontbreken zelden in steden en dorpen met oude bebouwing. In nieuwbouwwijken vestigen zij zich in het algemeen pas wanneer deze enkele tientallen jaren oud zijn. Dit kolonisatieproces voltrekt zich momenteel goed zichtbaar in Flevoland, met Almere als duidelijkste voorbeeld. Op de Wadden­eilanden is de soort alleen op Texel vastgesteld. Grootschalige en dunbevolkte landbouw- en natuurgebieden zijn in het kaartbeeld kenbaar als witte plekken. De Hollandse duinen en delen van het Deltagebied zijn hiervan een illustratie. Verder ontbreekt de soort in zwaar beboste gebieden in Drenthe, Salland, de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug en Noord-Brabant.

De verspreidingskaart suggereert dat er op veel plaatsen buiten stedelijke gebieden Gierzwaluwen broeden. In dorpen en andere bebouwingskernen kan dit het geval zijn, maar of dit elders ook zo is, valt te betwijfelen. Hier en daar is wel geconstateerd dat de soort in afgelegen buurtschappen of op grote boerderijen nestelt, maar dit is lang niet overal het geval (Bakker et al. 1996). Incidenteel zijn ook broedgevallen in huizen in bossen vastgesteld (Jonkers 1998). De Gierzwaluw is een moeilijk te inventariseren soort, die tot op grote afstand van zijn nest kan foerageren. Bovendien zwerven voort­durend groepjes niet-geslachtsrijpe vogels rond op zoek naar nestgelegenheid. De mogelijke en zelfs een deel van de waarschijnlijke broedgevallen zijn daardoor lastig te interpreteren. Vermoedelijk is het kaartbeeld tot op enige hoogte vervuild geraakt met niet ter plaatse broedende vogels.

Veranderingen

Uit de veranderingskaart spreekt geen duidelijk beeld, al overheersen de nieuwe vestigingen. Behalve de verwachte kolonisatie van steden in Flevoland vonden ook nieuwe vestigingen plaats in de Wieringermeer. De ruimere verspreiding in het zuiden en oosten van Noord-Brabant valt eveneens op. Ook Texel wordt nu vermeld; de Gierzwaluw broedt daar onregelmatig vanaf eind 19e eeuw (Dijksen 1996). De verdwijningen zijn zonder veel patroon over het hele land verdeeld.

Inventarisatieproblemen maken het lastig om de veranderingen te beoordelen. De verstedelijking van Nederland lijkt de soort op het eerste gezicht in de kaart te spelen. Dit zou de toename hier en daar op het platteland kunnen verklaren. Daar staat tegenover dat op tal van plaatsen traditionele nestplaatsen zijn verdwenen door afbraak, renovatie, betere isolatie en nieuwbouw. Soms zullen de verdwenen paren elders nieuwe broedplekken hebben kunnen vinden, bijvoorbeeld in aangeboden kunstmatige nestgelegenheid. Het bij dit onderzoek gebruikte niveau van atlasblokken is in wezen te grof om kleinschalige veranderingen in de verspreiding van deze soort te meten.

Dat de Gierzwaluw op veel plaatsen onder druk staat, is echter zonder twijfel. Het is dan ook zinvol om de populatie te ondersteunen door nestgelegenheid aan te bieden. Daarnaast is het zonneklaar dat alleen zorgvuldig uitgevoerde monitoring enig inzicht kan bieden in de verspreiding en populatieontwikkeling van deze soort. Dit staat nog in de kinderschoenen. Een speciaal daarvoor vervaardigde handleiding kan daarbij hulp bieden (Andriessen et al. 2001).

Aantallen

Verschillende factoren maken het hachelijk om een populatieschatting te maken op basis van het atlasmateriaal of andere tellingen. Vanwege interpretatieproblemen (is de soort ter plaatse broedvogel?) en telproblemen (betrouw­bare inventarisatie is zeer tijdrovend) zijn de door de tellers ge­leverde schattingen moeilijk op waarde te beoordelen, nog los van het ontbreken van schattingen in grote delen van het land. Op basis van onderzoek in 1993 (45.000 paren; Bakker et al. 1996) wordt de stand, met veel mitsen en maren, gesteld op 30.000-60.000 paren. Vanwege methodologische verschillen kan dit getal niet worden vergeleken met eerdere schattingen.

Publicatie