Overslaan en naar de inhoud gaan

Scholekster Haematopus ostralegus

Foto: Henk Olieman

Indeling

Haematopus [genus] (1/1)
ostralegus [soort]

Voedsel
Boort naar schelpdieren (vooral mossel, kokkel, nonnetje). Schelpen worden geopend met snavel, door sluitspier van schelp kapot te steken. Eet ook krabben, wormen en in mindere mate insecten en eieren.

Eieren
Aantal eieren in legsel meestal 3, zelden 2-4. Buikig tot ovaal. Gland en glanzend. Geelachtig met witgrijze, grijsachtige of geelbruine tinten, zeldzamer groenachtig of bruinachtig. Verschillend getekend, doch gewoonlijk fors bruinachtig-zwart gestippeld, gevlekt en onregelmatig gestreept. In zeer verschillende grootte. Formaat 57 x 40 mm.

 

Publicatie

  • Harrison, C. & Taapken, J. 1977. Elseviers broedvogelgids: nesten, eieren en jongen van alle in Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten broedende vogels. Elsevier.