Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Kleine mantelmeeuw Larus fuscus

Foto: Hans van der Meulen

Indeling

Larus [genus]
(15 soorten in totaal / 5 gevestigd)
fuscus [soort] (3/2)

Het broedgebied van de Kleine Mantelmeeuw strekt zich uit van IJsland en het zuiden van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland. De broedhabitat komt overeen met die van de Zilvermeeuw, al broeden Kleine Mantelmeeuwen in gemengde kolonies vaak op lagere en vlakkere ondergrond dan Zilvermeeuwen. Beide soorten hebben een vergelijkbaar voedselspectrum, maar Kleine Mantelmeeuwen die langs de kust broeden, gaan verder de zee op en eten meer vis dan Zilvermeeuwen. De meeste Kleine Mantelmeeuwen overwinteren langs de kust van het Iberisch Schiereiland en Noordwest-Afrika. De soort overwintert echter in toenemende mate ten noorden van dit gebied. Broedvogels arriveren wat later in de kolonies dan Zilvermeeuwen (eerste eind januari, massaal vanaf begin maart, in het Deltagebied wat vroeger dan in het Waddengebied), maar leggen hun eieren op ongeveer hetzelfde tijdstip. De broedplaatsen worden uiterlijk in augustus of september weer verlaten.

Bron

Auteur(s)

Spaans, A.L.

Publicatie