Overslaan en naar de inhoud gaan

Kokmeeuw Chroicocephalus ridibundus

Foto: Hans van der Meulen

Indeling

Laridae [familie]
Chroicocephalus [genus] (3/1)
ridibundus [soort]

Herkenning
37 cm. Een slanke meeuw met donkere kopkap; adult in elk jaargetijde te herkennen aan handpennen met zwarte punten, witte voorvleugel en donkerrode snavel en poten. Kop 's zomers chocoladebruin met wit achterhoofd; rug en vleugels bleek blauwgrijs; overig verenkleed wit. Ondervleugel wit met donkere handpennen. Kop 's winters wit met donkerbruine oorvlekken en soms met een paar vale strepen op kruin. Juveniel met vlekkerige geelbruine kop en bruin gevlekte bovendelen; nek, onderdelen, stuit en staart wit; smalle zwarte eindband aan staart. Erg actieve vogel, vaak in grote troepen.

Verspreiding en voorkomen
Broedt in Europa. In Nederland zeer talrijke broedvogel, gedeeltelijk wegtrekkend, doortrekker en wintergast in zeer groot aantal.

Biotopen
Komt voor in binnenland en langs de kust; broedt, overwintert en foerageert in velerlei biotopen. Broedt bij voorkeur nabij rustig, ondiep water; broedt in kolonies.

Voedsel
Zeer gevarieerd. Voornamelijk allerlei dierlijk maar ook plantaardig materiaal en menselijk afval; bodemdieren (met name regenwormen) worden gevangen door met de poten te trappelen.

Eieren
Aantal eieren in legsel meestal 3, soms 2, zelden tot 6. Buikig. Glad en zwak tot matig glanzend. Zeer verschillend, meestal licht olijfkleurig, groenachtig of geelbruin, maar kan variëren van licht witachtig-blauw tot diep bruinachtig-geelbruin of bruin. Getekend met stippen, vlekken en krabbels in zwart, zwartachtig-bruin, olijfbruin of olijf, en met zwakkere tekens in nuances van grijs. De tekens meestal goed over het geheel verdeeld, en vaak overvloedig, maar soms schaars. Zelden afwezig. Vaak een krans of kap van tekens aan de stompe pool tot een diep geelbruin aan de stompe pool en worden nog donkerder gemaakt door de kap van zwartachtig-bruine tekens. Formaat 51,9 x 37,2 mm.

Geluiden
Erg luidruchtig, schor geluid. Meest algemene roepen zijn een scherp 'kwarr' en een kort, zacht 'kek', vaak enige malen herhaald.

Publicatie