Overslaan en naar de inhoud gaan

Dwergmeeuw Hydrocoloeus minutus

Foto: Kees Venneker

Indeling

Laridae [familie]
Hydrocoloeus [genus] (1/1)
minutus [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland zoet marien

Tijdens de atlasperiode werden broedgevallen van Dwergmeeuwen gemeld van zes locaties (van Dijk et al. 2000, 2001b, Meininger et al. 1999a). Van een min of meer jaarlijks voorkomen was alleen sprake rond het Lauwersmeer en langs de Friese IJsselmeerkust. In het Lauwersmeer werden in 1998-2000 resp. 3, 3 en 2 broedparen geteld. De nesten van deze vogels waren gesitueerd op de kwelder van de Westpolder (gr) en in de Bandpolder en Ezumakeeg (fr), aan de westzijde van het gebied. Langs de Friese IJsselmeerkust werden nesten gevonden op de Mokkebank in 1998 (2) en 1999 (3); in 2000 zijn hier drie alarmerende paren gezien. Buiten deze twee gebieden waren er meldingen van de Hellegatsplaten in het noordelijk Deltagebied (1998: twee nesten) en op het eiland De Visdief in het Gooimeer (1998: paar met nestmateriaal). In geen enkel geval werd succesvol gebroed. Net als bij de Dwergmeeuwen die in de jaren zeventig en tachtig in het Lauwersmeer nestelden, ging het vermoedelijk vooral om jonge en onervaren vogels (Koks 1998b).

Veranderingen

De huidige broedgevallen van Dwergmeeuwen vormen het relict van een wat omvangrijker optreden in de jaren zeventig en tachtig. In die periode broedde de soort geregeld in het Lauwersmeer, tot maximaal 61 paren, verdeeld over vijf kolonies, in 1978 (Veen 1980, Altenburg et al. 1985). Door de voortschrijdende vegetatiesuccessie verdween de soort er in 1991, om vervolgens in 1999 weer op te duiken in de pas ingerichte Ezumakeeg. Afgezien van de gevallen op de kwelders van de Groningse kust en op de Mokkebank broeden Dwergmeeuwen tegenwoordig vaak in door menselijk handelen ontstane terreinen, waartoe naast de Ezumakeeg ook de Helle­gatsplaten moeten worden gerekend. Zowel het ontbreken van succesvolle broedgevallen als de snelle vegetatiesuccessie van dergelijke gebieden bieden de Dwergmeeuw op termijn waarschijnlijk weinig perspectieven om als broedvogel vaste grond onder de voeten te krijgen in Nederland.

Aantallen

In 1998-2000 werden 8, 6 resp. 5 broedparen gemeld.

Bron

Auteur(s)

Koffijberg, K.

Publicatie

  • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.