Overslaan en naar de inhoud gaan

Grote stern Sterna sandvicensis

Foto: Wijnand van Buuren

Indeling

Laridae [familie]
Sterna [genus] (6/3)

De verspreiding van de in ons land broedende nominaatvorm sandvicensis van de Grote Stern kent een zwaartepunt langs de kusten van Noordzee en Oostzee. Kleinere populaties zijn te vinden langs de Atlantische Oceaan, Middellandse Zee, Zwarte Zee en Kaspische Zee. Grote Sterns broeden in compacte kolonies, meestal in associatie met meeuwen of andere sterns, in kale tot weinig begroeide kustgebieden. De voorkeur gaat uit naar (schier)eilanden, maar incidenteel worden ook oevers van binnenlandse meren nabij zoute wateren benut. De broedgebieden worden gekenmerkt door een geringe verstoringsdruk en de aanwezigheid van geschikte foerageergebieden in een straal van 15 km rond de kolonie. De nesten, niet meer dan een kuiltje in de ondergrond (meestal zand, gras of drijvende vegetatie), bevatten 1-2 eieren. De meeste Nederlandse broedvogels overwinteren langs de westkust van Afrika, vooral in Senegal en Ghana. 

Bron

Auteur(s)

Stienen, E.W.M.

Publicatie

  • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.