Overslaan en naar de inhoud gaan

Flamingo Phoenicopterus roseus

Foto: Kees Venneker

Indeling

Phoenicopterus [genus] (3/0)
roseus [soort]

Voorkomen

StatusIncidenteel/Periodiek. Minder dan 10 jaar achtereen voortplanting en toevallige gasten. (1b)
Habitatland zoet brak marien
ReferentieZeldzame vogels van Nederland – Rare birds of the Netherlands. Avifauna van Nederland 1

De in Europa inheemse Flamingo Phoenicopterus roseus (ook wel Grote Flamingo genoemd) floreert de laatste jaren in de bekende kolonie van de Camargue in Zuid-Frankrijk (22.200 paren in 2000) en in zeven kolonies elders in het mediterrane gebied (Johnson 2001). In dierentuinen en collecties worden naast P. roseus vooral Chileense P. chilensis, Caribische P. ruber en Kleine Flamingo’s P. minor gehouden.

In het op minder dan 1 km van Nederland gelegen Zwill­brocker Venn in Noordrijn-Westfalen, Duitsland (atlasblok 34-56, ten noorden van Winterswijk), zijn vanaf 1983 elk broedseizoen flamingo’s aanwezig. Sindsdien worden hier bijna jaarlijks nesten gebouwd op een ca. 750 m van de landsgrens gelegen eilandje (hoogste aantal 18 in 1994) en zijn er tientallen jongen uitgevlogen (Lensink 1996a, J. Treep pers. med.). De hoofdmoot van de populatie wordt gevormd door Chileense Flamingo’s. Daarnaast is er gebroed door Caribische Flamingo’s (zuiver paar in 1995, vanaf 1997 vrouwtje gepaard met een Flamingo) en Flamingo’s (aanwezig sinds eind jaren tachtig, vanaf 1993 regel­matig broedend, in 1999 een paar op een afwijkende plek, minder dan 200 m van de grens, jong na twee weken verdwenen). In tegenstelling tot de andere soorten staat niet vast dat de Flamingo’s vrijgelaten of ontsnapte vogels zijn; een wilde afkomst, mogelijk uit Kazachstan of Zuid-Europa, wordt niet uitgesloten (J. Treep pers. med.).

Van 1996 tot en met 2000 werd succesvol broeden verhinderd door lage waterstanden en predatie door ratten en vossen. Na herstel van het broedeiland waren er in 2001 weer zes succesvolle broedparen present; vier paar Chileense Flamingo’s, een paar Flamingo’s en een mengpaar Flamingo x Caribische Flamingo (J. Treep pers. med.). Voorzover bekend is het Zwill­brocker Venn vooralsnog de enige plaats in Noord­west-Europa waar flamingo’s tot broeden komen. De afwijkende aquatische fauna in het sterk eutrofe, visloze water (mede ten­gevolge van een grote kokmeeuwenkolonie) speelt daarbij een rol (Treep 2000). Voor alle in Zwillbrock broedende flamingo’s geldt dat ze een groot deel van het jaar in Nederland verblijven, in de nazomer met name in het IJsselmeer en Lauwers­meer en ‘s winters vooral in het Deltagebied (Lensink 1996a, Treep 2000).

Bron

Auteur(s)

Vergeer, J.-W.

Publicatie

  • SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.