Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Ooievaar Ciconia ciconia

Foto: Hans van der Meulen

Indeling

Ciconiidae [familie]
Ciconia [genus] (3/1)
ciconia [soort]

Het broedareaal van de Ooievaar strekt zich uit over heel Europa, het Midden-Oosten, West- en Centraal-Azië en Noordwest-Afrika. De Nederlandse broedvogels, voor het merendeel afkomstig uit een reïntroductieprogramma, overwinteren grotendeels in eigen land of iets ten zuiden daarvan. De jongen trekken in augustus zuidwaarts naar overwinteringskwartieren in vooral West-Afrika. Ooievaars prefereren min of meer open landschappen met een hoge grondwaterstand en overgangen van hoge droge gronden naar lage vochtige delen. Het zijn opportunisten pur sang. Op de menulijst komen vrijwel uitsluitend kleine dieren voor en de samenstelling varieert met het beschikbare voedselaanbod. In topjaren van veldmuizen worden deze veel gegeten. Verder staan mollen, kikkers, grote insecten en (veel) regenwormen op het menu. Vis, jonge hazen, jonge weidevogels en zelfs wezels worden niet versmaad, evenals hun eigen zwakke of dode jongen (chronisme). Hoewel Ooievaars uitstekend zelf nesten kunnen bouwen, maken ze graag gebruik van aangeboden nestgelegenheid; de beschikbaarheid hiervan is al uit de 16e eeuw bekend. Er wordt gebroed op nestpalen, masten, daken, schoorstenen en in bomen. Als onderbewoners kunnen diverse vogelsoorten fungeren, waaronder Huismus, Ringmus en Spreeuw.

Publicatie